CvAE Adviezen

Commissie van Aanbestedingsexperts

Doorzoek 464 adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts over aanbestedingsrecht en -procedures. De CvAE behandelt klachten van ondernemers en aanbestedende diensten over de toepassing van de Aanbestedingswet 2012.

Advies 65815 april 2022

Advies 658

> Uit de motivering blijkt niet welke gevolgen voor de score de beoordelingscommissie aan haar bevindingen heeft verbonden. Bovendien is kennelijk beoordeeld aan de hand van het programma van eisen, terwijl volgens de aanbestedingsstukken zou worden beoordeeld aan de hand van het programma van wensen. De Commissie verklaart het klachtonderdeel dat ziet op de motivering gegrond. Het klachtonderdeel over de aanvang van de opschortende termijn verklaart de Commissie ongegrond.

Advies 6567 februari 2022

Advies 656

> De klacht betreft een nationale openbare aanbesteding voor postdiensten waarop het ARW 2016 van toepassing is verklaard. Aanbesteder heeft de doorslaggevende aspecten van de winnende inschrijving niet vermeld en niet onderbouwd waarom een neutrale motivering daarvan onmogelijk zou zijn. Bovendien is onduidelijk of aanbesteder heeft onderzocht of winnaar en zijn eventuele onderaannemers voldoen aan de eis van landelijke dekking. De Commissie verklaart beide klachtonderdelen gegrond.

Advies 6526 december 2021

Advies 652

> De klacht van de brancheorganisatie ziet op de aanbesteding van een overeenkomst met een architect. De Commissie verklaart één van twee klachtonderdelen gegrond. Op voorhand staat niet vast dat sprake is van verkapte gunning op laagste prijs. De Commissie acht het daarop gerichte klachtonderdeel ongegrond. Ten overvloede overweegt de Commissie dat de beoordelingsmethodiek in strijd is met het aanbestedingsrecht. Voor de weigering van de vergoeding van inschrijfkosten had aanbesteder een deugdelijke motivering moeten aandragen. Dat is niet gebeurd. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel gegrond.

Advies 6509 november 2021Klacht ongegrond

Advies 650

> Aanbesteder beoogt een geïntegreerd contract te sluiten met een aannemer en zoekt met deze aanbesteding een bouwmanager die het gehele proces begeleidt en een aanbesteding organiseert voor de selectie van een architect. Ondernemer klaagt dat de motivering voor de aan zijn inschrijving toegekende score niet toereikend is. De beoordelingscommissie brengt punten in aftrek omdat niet is ingegaan op de selectie van een architect, terwijl de separate selectie van een architect zich, volgens ondernemer, niet verhoudt met de aard van de bouwopgave: een geïntegreerd contract. De Commissie oordeelt dat inschrijvers op grond van een objectieve uitleg van de aanbestedingsstukken moesten begrijpen dat aan de selectie van de architect aandacht moest worden geschonken in de inschrijving. De Commissie acht de motivering toereikend en verklaart de klacht ongegrond.

Advies 64920 oktober 2021Klacht gegrond

Advies 649

> Ondernemer klaagt erover dat de betrokken Europese openbare aanbesteding zowel ziet op het leveren van elektriciteit als het verstrekken van zogenaamde garanties van oorsprong (GvO’s) in één opdracht. Vast staat dat de opdracht niet is opgedeeld in percelen. De Commissie beziet eerst of aanbesteder een motivering heeft verstrekt die zijn beslissing om geen gevolg te geven aan het splitsingsgebod voldoende kan dragen. Dat is naar het oordeel van de Commissie niet het geval. De Commissie verklaart de motiveringsklacht gegrond en komt daarmee niet meer toe aan de vraag of opdrachten onnodig zijn samengevoegd.

Advies 64820 oktober 2021

Advies 648

> De klacht van de brancheorganisatie ziet op de aanbesteding van een overeenkomst met een architect. Twee klachtonderdelen verklaart de Commissie gegrond. De Commissie acht het disproportioneel dat het indienen van meer referenties beter scoort in de selectiefase en de nadere gunningscriteria zijn nog niet bekendgemaakt, terwijl de wet daartoe verplicht. De Commissie verklaart twee klachtonderdelen ongegrond. Een prijs-kwaliteitverhouding van 60-40 komt niet neer op verkapte gunning op laagste prijs en de referentie-eis dat een werk in de afgelopen vijf jaar is uitgevoerd of nog in uitvoering is staat in redelijke verhouding tot een integrale ontwerpopdracht.

Advies 64524 september 2021

Advies 645

> De klacht ziet op een Europese openbare aanbesteding voor het sluiten van een raamovereenkomst inzake het verrichten van diensten voor het regelen van de inzet van trainingsacteurs. Opdrachtnemer zal fungeren als intermediair. De klacht van ondernemer richt zich tegen de opzet van de aanbestedingsprocedure, waarbij de toekomstige opdrachtnemer, de intermediair, verplicht gebruik moet maken van een poule acteurs die nog moet worden ingericht door aanbesteder. Aanbesteder eist dat de intermediair telkens de inzet van 100% van de aangevraagde trainingsacteurs garandeert (‘leveringsplicht’). De intermediair ontvangt uitsluitend een vergoeding voor de ingezette acteurs, nadat zowel docent als acteur een evaluatie hebben ingevuld. Aanbesteder brengt een korting in rekening voor de niet-gerealiseerde inzet. Klachtonderdelen 1 en 3 Verschillende aspecten van deze klachtonderdelen, in onderlinge samenhang beschouwd, leiden de Commissie tot het oordeel dat Eis 33 disproportioneel is. De ‘leveringsplicht’ met korting, de gebondenheid aan de poule, de ruime wijzigingsmogelijkheid voor aanbesteder bij het doen van aanvragen/bestellingen, in combinatie met onbekendheid met de afspraken die aanbesteder met de acteurs zal maken, leggen risico’s bij de opdrachtnemer, terwijl aanbesteder die risico’s het best zelf kan beïnvloeden en beheersen. De Commissie verklaart deze klachtonderdelen gegrond. Klachtonderdeel 2 De eis dat de inzet niet zonder evaluatie kan worden gefactureerd, acht de Commissie disproportioneel, omdat opdrachtnemer uiteindelijk niet in de hand heeft of evaluatie plaatsvindt. Aanbesteder is immers de partij waarmee zowel de docent als de acteur een contractuele relatie hebben. Aanbesteder verwacht dat de evaluatie beperkt is en kan worden verricht aan de hand van een app, waardoor sprake zou zijn van een snel en eenvoudig proces. Daarnaast stelt aanbesteder dat de evaluatie tevens fungeert als prestatieverklaring en in die zin ook het belang van opdrachtnemer dient. Die omstandigheden brengen nog niet mee dat het verschuiven van het risico naar de intermediair gerechtvaardigd is. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel gegrond. Klachtonderdeel 4 Het relateren van de vergoeding van een intermediair aan de gerealiseerde inzet, acht de Commissie niet zonder meer disproportioneel. Dit klachtonderdeel acht zij daarom ongegrond. Klachtonderdeel 5 Het komt de Commissie op grond van de raming in de inschrijvingsleidraad voor dat de intermediair bij verwerving van de onderhavige opdracht voldoende zal worden beloond. Ondernemer heeft zich slechts op het standpunt gesteld dat het tarief onredelijk is, omdat verschillende posten vanuit het tarief moeten worden voldaan. De onderbouwing van dit klachtonderdeel acht de Commissie onvoldoende concreet. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 6 De enkele omstandigheid dat de aanbesteding waarin acteurs voor de poule worden geworven nog niet heeft plaatsgevonden, maakt informatieverstrekking over de inhoud van de overeenkomsten met acteurs nog niet onmogelijk. Bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing van het tegendeel door aanbesteder, acht de Commissie het onvoldoende informeren van de inschrijvers in strijd met het transparantiebeginsel. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel daarom gegrond.

Advies 64215 september 2021

Advies 642

> De klacht ziet op een aanbesteding volgens de procedure voor sociale en andere specifieke diensten. Aanbesteder heeft de betrokken opdracht niet gegund. Klachtonderdeel 1 Ondernemer klaagt dat sprake is schending van het gelijke speelveld, omdat een concurrerende organisatie subsidie zou ontvangen van aanbesteder en daardoor een voordeel zou hebben bij het in de aanbesteding gehanteerde budgetplafond. De Commissie is van oordeel dat de omstandigheid dat aanbesteder een budgetplafond hanteert en dat een zekere organisatie subsidie zou ontvangen van aanbesteder, niet zonder meer meebrengt dat in deze aanbesteding sprake is van een schending van het level playing field of van discriminatie van ondernemer. Dat geldt te meer nu de onderhavige opdracht niet is gegund. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 2 Ondernemer klaagt voorts dat aanbesteder middels de in de aanbesteding gestelde SROI-eis een concurrerende organisatie (die subsidie van aanbesteder zou ontvangen) laat prevaleren boven commerciële ondernemingen zoals ondernemer. Statushouders, de primaire doelgroep van de betrokken opdracht, staan niet vermeld als doelgroep in de SROI-eis. De Commissie oordeelt dat ondernemer zich onvoldoende proactief heeft opgesteld door pas na afloop van de aanbestedingsprocedure over dit punt te klagen en verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Ten overvloede overweegt de Commissie dat ondernemer onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van bevoordeling van een andere organisatie door de gestelde SROI-eis.

Advies 63925 augustus 2021Klacht gegrond

Advies 639

> De klacht betreft een Europese openbare procedure voor een raamovereenkomst (met één ondernemer) voor leveringen van kantoordrukwerk en het promotioneel drukwerk. Ondernemer klaagt dat de relatieve voordelen en kenmerken van de winnende inschrijver ontbreken in het gunningsbesluit. De enige motivering die wordt gegeven, is dat de inschrijving van ondernemer geen meerwaarde zou hebben ten opzichte van de overige vier inschrijvingen. Het hoe, wat en waarom van deze conclusie ontbreekt. De Commissie verwijst naar haar Advies 551, waarin het toetsingskader voor de beoordeling van de motivering wordt beschreven. Onder meer heeft de Commissie in dat advies overwogen dat de relevante kenmerken van de winnende inschrijving ook kunnen zien op onderdelen waarop de winnende inschrijving gelijk of lager heeft gescoord. Aanbesteder heeft geen enkele informatie over de kenmerken van de winnende inschrijving op het kwalitatieve onderdeel verstrekt en voldoet daarmee niet aan zijn motiveringsplicht. De Commissie verklaart de klacht gegrond.

Advies 63715 juli 2021Klacht ongegrond

Advies 637

> De klacht ziet op een Europese niet-openbare aanbesteding voor een overheidsopdracht voor dienstverlening door een integraal ontwerpteam ten behoeve van de renovatie en nieuwbouw van een sportcentrum. Aanbesteder biedt in de gunningsfase als tegemoetkoming aan geldige inschrijvers alsnog een inschrijfvergoeding van 5000 EUR. De klagende brancheorganisatie vindt de aangeboden inschrijfvergoeding niet redelijk. De Commissie verklaart de klacht ongegrond.

Advies 6362 september 2021

Advies 636

> De klacht ziet op een overheidsopdracht binnen een Dynamisch Aankoopsysteem voor de inhuur van een interim-directeur. Ondernemer klaagt dat de kandidate van de winnende inschrijver niet voldoet aan één van de gestelde criteria, dat een standstill-termijn niet in acht is genomen voor gunning van de opdracht en dat sprake is van vooringenomenheid aan de zijde van aanbesteder. Klachtonderdeel 1 De Commissie oordeelt dat aanbesteder mocht uitgaan van de juistheid van de door de winnende inschrijver verstrekte informatie over het voldoen aan de criteria. Uit de klacht van ondernemer blijkt onvoldoende dat aanbesteder aan de juistheid van de verstrekte informatie moest twijfelen. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 2 Aanbesteder erkent dat hij de tweede standstill-termijn niet in acht heeft genomen. Daarmee verklaart de Commissie dit klachtonderdeel gegrond. Klachtonderdeel 3 De Commissie oordeelt dat uit de stellingen van ondernemer niet kan worden afgeleid dat sprake was van vooringenomenheid aan de zijde van aanbesteder en verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.

Advies 63525 augustus 2021

Advies 635

> De klacht ziet op een nadere offerteaanvraag onder raamcontractanten die zijn gecontracteerd naar aanleiding van een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het sluiten van raamovereenkomsten inzake Beleidsgerichte Onderzoeksopdrachten. De klacht bestaat uit twee onderdelen. De Commissie verklaart onderdeel 1 ongegrond en kan onderdeel 2 niet verder in behandeling nemen. Klachtonderdeel 1 Ondernemer klaagt dat aanbesteder ten onrechte een nadere opdracht wenste te gunnen aan een raamcontractant die een andere raamcontractant zou inzetten als onderaannemer. Ondernemer stelt dat uit het antwoord op een vraag uit de Nota van Inlichtingen volgt dat de gekozen hoofd-/onderaannemersconstructie tussen raamcontractanten niet is toegestaan. Aanbesteder heeft op de bewuste vraag geantwoord dat de rechtspersoonlijkheid van de contractant niet mag wijzigen gedurende de looptijd van de raamovereenkomst. Ondernemer leidt uit dat antwoord af dat ook een hoofd-/onderaannemersconstructie tussen raamcontractanten niet is toegestaan. Naar het oordeel van de Commissie is dat een te brede lezing van het gegeven antwoord. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Ten overvloede overweegt de Commissie dat de klacht verder onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een oordeel over de aanbestedingsrechtelijke toelaatbaarheid van de in dit geval door aanbesteder toegestane hoofd-/onderaannemersconstructie tussen twee raamcontractanten. Klachtonderdeel 2 Het tweede klachtonderdeel betreft in wezen de stelling van ondernemer dat de twee raamcontractanten in strijd hebben gehandeld met het kartelverbod van artikel 6 lid 1 Mededingingswet. Op grond van artikel 1 sub c van het reglement van de Commissie wordt onder een klacht verstaan: ‘een uiting van ongenoegen van een partij over het handelen of het nalaten van een andere partij voor zover dat handelen of nalaten binnen de werkingssfeer van de Aanbestedingswet 2012 valt’. Het al dan niet handelen in strijd met het kartelverbod is geen handelen of nalaten binnen de werkingssfeer van de Aanbestedingswet 2012. De Commissie neemt dit klachtonderdeel dan ook niet verder in behandeling. Ten overvloede overweegt de Commissie dat de door ondernemer bedoelde handelingen indirect kunnen raken aan de Aanbestedingswet 2012. Wanneer een aanbestedende dienst beschikt over plausibele aanwijzingen dat een inschrijver met andere ondernemers overeenkomsten heeft gesloten die zijn gericht op vervalsing van de mededinging, leidt dat in beginsel tot uitsluiting van de betreffende inschrijver (art 2.87 lid 1 sub d Aw 2012). Indien nu – bijvoorbeeld – alle raamcontractanten onderling samenspannen ter vervalsing van de mededinging en op grond van onderlinge afspraken gezamenlijk inschrijven voor een nadere opdracht als één hoofdaannemer met vijf onderaannemers, zou sprake zijn van schending van voornoemd artikel, met de nodige consequenties voor deelname aan aanbestedingen waarin die facultatieve uitsluitingsgrond is gesteld.

Advies 6344 juni 2021Klacht gegrond

Advies 634

> Ondernemer klaagt dat een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het sluiten van raamovereenkomsten met een intermediair voor tolkdiensten verder had moeten worden opgedeeld in percelen. De Commissie oordeelt dat de gegeven motivering voor het niet verder opdelen dermate generiek is dat dit onderdeel van de klacht gegrond is. De klacht over een vermeend disproportionele referentie-eis verklaart de Commissie ongegrond, evenals de klacht dat een verslag van een marktconsultatie bij de aanbestedingsstukken had moeten worden gevoegd.

Advies 63328 mei 2021Klacht gegrond

Advies 633

> De klacht ziet op een Europees openbare procedure voor een raamovereenkomst (met één of meer ondernemers) voor de levering van onder meer verkeersborden, straatnaamborden en verwijzingsborden voor 21 organisaties. Ondernemer klaagt over de minimumeisen die aanbesteder stelt aan de toe te passen retro reflecterende materialen. De Commissie overweegt dat de gestelde minimumeisen een verzwaring inhouden ten opzichte van het Nederlandse normatieve en wettelijke kader. Aanbesteder heeft geen deugdelijke motivering gegeven voor de verzwaring van de eisen. Dit brengt mee dat ervan uit moet worden gegaan dat de verzwaring van de eisen niet in verhouding staat tot de objectief kenbare doelstellingen van de opdracht. De Commissie moet bovendien het ervoor houden dat de verzwaring leidt tot een ongerechtvaardigde belemmering in de openstelling van de opdracht voor mededinging en geen sprake is van gelijke toegang. De Commissie acht de klacht gegrond.

Advies 63225 juni 2021

Advies 632

> De klacht ziet op een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor drie raamovereenkomsten met drie verschillende ondernemers, één per perceel, voor diensten voor onderhoud en installatie openbare verlichting, VRI buiteninstallatie, sportveldverlichting en PRIS. Ondernemer behoort niet tot de winnende inschrijvers en klaagt in klachtonderdeel 1 dat de motivering van de gunningsbeslissing niet voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. Bovendien klaagt inschrijver, in klachtonderdeel 2, dat zijn inschrijving voor een bepaald gunningscriterium ten onrechte is beoordeeld met de slechtste score vanwege een doelredenering van aanbesteder. Klachtonderdeel 1 De Commissie oordeelt dat de gunningsbrief de relevante redenen voor de gunningsbeslissing bevat. De verstrekte motivering biedt ondernemer voldoende houvast om te kunnen beoordelen of het aanhangig maken van een juridische procedure zinvol is. De Commissie verklaart klachtonderdeel 1 ongegrond. Klachtonderdeel 2 Ondernemer heeft onvoldoende concreet onderbouwd dat partijen niet slechts van inzicht verschillen over de waardering van de inschrijving van ondernemer, maar dat aanbesteder een doelredenering zou hebben toegepast om gunning aan ondernemer te voorkomen. De Commissie oordeelt dat uit de motivering kan worden afgeleid dat de beoordeling voldoende zorgvuldig heeft plaatsgevonden. De Commissie verklaart ook dit klachtonderdeel ongegrond.

Advies 63115 juli 2021Klacht ongegrond

Advies 631

> Geklaagd wordt dat een opdracht voor levering en onderhoud van Container Lifting Trucks en Spreaders wezenlijk is gewijzigd, omdat de combinatie aan wie de opdracht is gegund niet tijdig aan haar leveringsverplichtingen heeft voldaan. De Commissie verklaart de klacht ongegrond, omdat zij niet kan vaststellen of sprake is van handelen of nalaten in strijd met de Aanbestedingswet 2012, zolang niet vast staat of een beroep van de combinatie op overmacht wegens de coronacrisis wel of niet gerechtvaardigd is.

Advies 62827 augustus 2021Klacht gegrond

Advies 628

> De klacht ziet op een Europese openbare procedure voor diensten voor een SaaS Student Informatie Systeem (SIS). In die procedure eist aanbesteder recente ervaring met het succesvol implementeren van een SIS, waarbij ‘recent’ betekent dat zowel gunning van de opdracht alsook de afgeronde implementatie van het systeem binnen de afgelopen 3 jaren heeft plaatsgevonden. Ondernemer klaagt dat de gestelde referentie-eis disproportioneel is en dat slechts één partij aan de eis kan voldoen. Onder verwijzing naar een in de stukken opgenomen rechtsverwerkingsclausule stelt aanbesteder zich op het standpunt dat de klacht niet in behandeling mag worden genomen. Oordeel Commissie De Commissie laat in het midden in hoeverre de hier gehanteerde rechtsverwerkingsclausule toelaatbaar is, aangezien zij aansluit bij haar eerdere oordeel dat een clausule als hier gehanteerd niet aan het indienen van een klacht bij de Commissie in de weg staat. De Commissie is van oordeel dat de eis dat zowel gunning als afgeronde implementatie binnen de afgelopen drie jaar moeten hebben plaatsgevonden onnodig zwaar is en niet in redelijke verhouding staat tot de onderhavige opdracht. De Commissie verklaart de klacht gegrond. Overwegingen ten overvloede inzake rechtsbeschermingsclausules en aanbeveling De Commissie wijdt een aantal overwegingen ten overvloede aan de toelaatbaarheid van een rechtsbeschermingsclausule en formuleert dienaangaande een aanbeveling: aanbestedende diensten doen er in het kader van een effectieve rechtsbescherming goed aan bij het hanteren van een rechtsbeschermingsclausule de aard en omvang van de opdracht en, daarmee veelal samenhangend, de aard en omvang van de inschrijvers te betrekken.

Advies 6279 juli 2021

Advies 627

> De klacht ziet op een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het sluiten van raamovereenkomsten voor de levering van leermiddelen en onderwijsdiensten. De klacht bestaat uit acht onderdelen. De Commissie verklaart zeven van de acht klachten ongegrond.

Advies 62612 juli 2021

Advies 626

> De klacht ziet op een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het sluiten van raamovereenkomsten voor de levering van leermiddelen en onderwijsdiensten. De klacht bestaat uit acht onderdelen. De Commissie verklaart zeven van de acht klachten ongegrond.

Advies 62521 juni 2021

Advies 625

> De klacht ziet op een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het sluiten van raamovereenkomsten voor de levering van leermiddelen en onderwijsdiensten. De klacht bestaat uit tien onderdelen. De Commissie verklaart negen van de tien klachten ongegrond. Klachtonderdeel 1 Ondernemer heeft twijfels bij het voldoen van de voorgeschreven lesmethoden aan het LIFO-concept, maar heeft die twijfels onvoldoende concreet onderbouwd. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 2 De bij ondernemer ten tijde van het indienen van de klacht levende vraag over het door aanbesteder dragen van het risico van een meerjarige afnameverplichting is afdoende beantwoord door aanbesteder in zijn reactie. Dit klachtonderdeel wordt door de Commissie ongegrond verklaard. Klachtonderdelen 3 en 6 De Commissie overweegt dat aanbesteder bij tweede Nota van Inlichtingen een verduidelijking heeft gegeven op enkele wensen, waardoor kan worden gesteld dat die wensen op ondergeschikte punten zijn gewijzigd. Een dergelijke ondergeschikte wijziging verplicht aanbesteder niet tot heraanbesteding of tot verlenging van de inschrijvingstermijn. Ondernemer heeft nagelaten concreet te onderbouwen waarom de termijn van 18 dagen onvoldoende lang is voor aanpassing van zijn inschrijving aan de door hem gestelde wijzigingen in de gunningscriteria. Bij gebreke van concreet onderbouwde stellingen, kan de Commissie niet oordelen over de vraag of sprake is van een ongeschikt of discriminatoir (sub)gunningscriterium. De Commissie verklaart deze klachtonderdelen ongegrond. Klachtonderdeel 4 Ondernemer stelt dat enkele (sub)gunningscriteria onduidelijk zijn. De Commissie oordeelt dat de betreffende (sub)gunningscriteria niet onduidelijk zijn voor de redelijk geïnformeerde, normaal zorgvuldige inschrijver. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 5 Ondernemer stelt dat aanbesteder de verplichting tot bewaking van het level playing field heeft geschonden en (sub)gunningscriteria hanteert die daadwerkelijke mededinging onvoldoende waarborgen. De Commissie overweegt dat de verplichting tot het creëren van een level playing field niet zo ver gaat dat het aan aanbesteder is te treden in de verhoudingen tussen marktpartijen. De (sub)gunningscriteria lijken daadwerkelijke mededinging voldoende te waarborgen. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 7 Ondernemer klaagt over het subgunningscriterium dat betrekking heeft op kortingspercentages ten opzichte van de consumentenprijs. Uitgevers van voorgeschreven lesmethoden stellen de consumentenprijs eenzijdig vast en zouden daardoor een oneerlijk voordeel genieten bij het aanbieden van een kortingspercentage. De Commissie overweegt dat indien een uitgever van een voorgeschreven lesmethode misbruik maakt van zijn machtspositie, dat rechtstreeks jegens de uitgever kan worden bestreden. De theoretische mogelijkheid tot misbruik maken van een machtspositie leidt evenwel niet tot een schending van de op aanbesteder rustende verplichting tot bewaking van het level playing field of tot het oordeel dat sprake is van een ongeschikt (sub)gunningscriterium. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 8 Ondernemer klaagt dat het voorschrijven van een specifieke lesmethode slechts is toegestaan onder toevoeging van de woorden ‘of gelijkwaardig’. De Commissie overweegt dat de mogelijkheid specifieke lesmethoden voor te schrijven een uitzondering vormt die niet verplicht tot toevoeging van de woorden ‘of gelijkwaardig’. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel 9 Met dit klachtonderdeel komt ondernemer op tegen de door aanbesteder gehanteerde relatieve beoordelingssystematiek. De hier gehanteerde beoordelingssystematiek is vergelijkbaar met de beoordelingssystematiek die werd gehanteerd in de aanbestedingsprocedure die het onderwerp was van Advies 504. In de reactie van aanbesteder ziet de Commissie geen aanleiding anders te oordelen dan in Advies 504. De Commissie acht dit klachtonderdeel daarom gegrond. Klachtonderdeel 10 Ondernemer achtte het antwoord op een vraag uit de tweede Nota van Inlichtingen onvoldoende duidelijk. In zijn reactie op de klacht heeft aanbesteder echter alsnog de verlangde duidelijkheid verschaft en is hij tegemoetgekomen aan het verzoek van ondernemer. De Commissie is van oordeel dat ondernemer op dit punt geen belang meer heeft bij zijn klacht en verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.

Hulp nodig bij aanbestedingen?

TenderView.ai helpt u bij het vinden, analyseren en winnen van aanbestedingen met AI.

Gratis starten