Advies 159
> Samenvoeging van niet-gelijksoortige opdrachten met een zeer hoge geraamde waarde van meerdere aanbestedende diensten onnodig in de zin van art. 1.5 lid Aw 2012? Motiveringsplicht van art. 1.5 lid 2 Aw 2012 voldoende nageleefd?
Commissie van Aanbestedingsexperts
Doorzoek 464 adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts over aanbestedingsrecht en -procedures. De CvAE behandelt klachten van ondernemers en aanbestedende diensten over de toepassing van de Aanbestedingswet 2012.
> Samenvoeging van niet-gelijksoortige opdrachten met een zeer hoge geraamde waarde van meerdere aanbestedende diensten onnodig in de zin van art. 1.5 lid Aw 2012? Motiveringsplicht van art. 1.5 lid 2 Aw 2012 voldoende nageleefd?
> Klager en aanbestedende dienst verschillen van mening over de lezing van de selectieleidraad. Toetsing aan de norm of de eisen in de aanbestedingsdocumenten zodanig zijn geformuleerd dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat zijn deze op dezelfde wijze te interpreteren.
> Klager is er niet van overtuigd dat winnende inschrijver de vereiste licentie heeft. Misverstand mede veroorzaakt door verwarrende informatie, gegeven door aanbestedende dienst.
> Meervoudig onderhandse aanbesteding. Bij de beoordeling van de inschrijvingen is afgeweken van hetgeen is bepaald in de inschrijvingsleidraad. Hoe kan dit worden hersteld? Door herbeoordeling?
> Voldoen algemene voorwaarden van aanbestedende dienst aan Voorschrift 3.9D Gids Proportionaliteit? Kan aanbestedende dienst aan dat Voorschrift voldoen door bepalingen uit Model VNG over te nemen?
> Is heraanbesteding rechtmatig? Is sprake van een ernstig procedureel gebrek in de oorspronkelijke procedure? Is wijziging van toegestane werkwijzen voldoende om van een wezenlijke wijziging te spreken?
> Aanbestedende dienst koopt grond met bijbehorende gebouwen. Had renovatie van de gebouwen aanbesteed moeten worden? Onvoldoende informatie voor beoordeling van de klacht. Beklaagde – een zelfstandig bestuursorgaan- is meerdere malen om informatie gevraagd maar heeft niet of nauwelijks inhoudelijk gereageerd. Onbegrip voor het getoonde gebrek aan transparantie.
> Meervoudig onderhandse aanbesteding. Kan de Commissie de klacht in behandeling nemen in het geval dat niet vast staat dat de aanbesteder een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingswet 2012 is maar de aanbesteder heeft verklaard zich gebonden te achten aan de Aw 2012? Moet bij toepassing van de EMVI criteria de verhouding prijs-kwaliteit vooraf kenbaar worden gemaakt, ook al is dit niet expliciet in afdeling 1.2.4 Aw 2012 vermeld? Was de inschrijver (voldoende) proactief? Gaat de motiveringsplicht van artikel 1.15 lid 2 Aw 2012 minder ver dan de gelijkluidende motiveringsplicht van artikel 2.130 lid 1 Aw 2012, volgens welk artikel alle relevante redenen moeten worden genoemd. Is de transparantieverplichting nageleefd? Moet bij een meervoudig onderhandse procedure een effectieve rechtsbeschermingsmogelijkheid worden geboden, en zo ja, is hier daarvan sprake?
> Heraanbesteding van dezelfde opdracht? Kan wezenlijke wijziging van de opdracht achterwege blijven omdat eerste aanbesteding is gestrand wegens een ernstig procedureel gebrek? Is er sprake van een wezenlijke wijziging wanneer het relatieve gewicht van de gunningscriteria is gewijzigd? Strijd met motiveringsplicht van art. 1.5 lid 3 Aw 2012?
> Is het criterium “mate van gelijkheid aan bestaande inwerpzuil” in strijd met de in art. 1.8 Aw 2012 omschreven verplichting om ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze te behandelen vanwege vermeende bevoordeling zittende leverancier? Te grote beoordelingsvrijheid aanbestedende dienst ten koste van een voldoende transparant beoordelingskader?
> Voor zover de beoordelingscommissie een lagere score op het criterium “Klachtenregeling en klanttevredenheid” heeft toegekend vanwege het eerst telefonisch contact opnemen met de klager alvorens schriftelijk te reageren, acht de Commissie dat een afwijking van de in de Offerteaanvraag opgenomen eisen. Het vragen van ervaringen en het oordeel van klanten over de kwaliteit van de inschrijver in het kader van een gunningscriterium is niet toelaatbaar. De inschrijving van klager is beoordeeld op aspecten die een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver niet behoefde te verwachten. De motivering benadrukt dat de beschrijving van klager “koud” is, “gevoel ontbeert” en “zeer zakelijk” is, maar refereert niet inhoudelijk aan de vier vragen die klager met betrekking tot het subgunningscriterium “Persoonlijke communicatie met de klant” in haar inschrijving moest beantwoorden. Een dergelijke motivering voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Geen plicht om een mondelinge toelichting op de mededeling van de gunningbeslissing te geven, al kan dat onder omstandigheden wel gewenst zijn. Beklaagde heeft relevante redenen voor de gunningsbeslissing genoemd en dat die redenen – althans de motivering van de afwijzing van de inschrijving van klager – die beslissing onvoldoende kunnen dragen maakt niet dat de opschortende termijn niet is gaan lopen.
> Europese openbare aanbesteding levering en onderhoud van lockers op scholen. Klager schrijft niet in omdat de opdracht volgens haar niet kan worden uitgevoerd voor het in de aankondiging vermelde bedrag. Uitleg van de aanbestedingsstukken. Beklaagde schiet te kort in verplichting om aanbestedingsdocumenten objectief duidelijk te formuleren. Klager had al vóór de inschrijving vragen moeten stellen.
> Europese openbare aanbestedingsprocedure voor het sluiten van een raamovereenkomst voor de levering van uitrukkleding ten behoeve van de brandweer. Vereist art. 3.5F Gids Proportionaliteit dat vastgestelde kencompetenties in de aanbestedingsstukken worden geëxpliciteerd, of kan worden volstaan met een vertaling daarvan in kwalitatieve geschiktheidseisen? Voldoet referentie-eis aan art. 2.93 lid 3 Aw 2012 en aan Voorschrift 3.5F Gids Proportionaliteit? Heeft aanbestedende dienst de 60%-eis van Voorschrift 3.5G Gids Proportionaliteit in acht genomen?
> Is samenvoeging van twee ongelijksoortige opdrachten, die gelijktijdig moeten worden uitgevoerd, “onnodig” in de zin van art. 1.5 lid 1 Aw 2012? Wanneer in zo’n geval de motiveringsplicht van art. 1.5 lid 2 Aw 2012 voldoende is nageleefd, moet dan alsnog op grond van art. 1.5 lid 3 Aw 2012 worden gemotiveerd waarom het opdelen van de opdracht in percelen “niet passend” is?
> Niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure. Is het toegestaan om de selectie-lotingsprocedure te wijzigen als de aanmeldingen van gegadigden al zijn ontvangen? Hoewel de klacht gegrond is, kan deze kan geen effect hebben nu klager’s belangen materieel niet zijn geschaad (artikel 1.8 en 1.9 Aw 2012, Hoofdstuk 2 Aw 2012, Gids proportionaliteit).
> Nationale openbare aanbestedingsprocedure. Kan van inschrijvers gevraagd worden een opgave te doen van onvoorziene gebeurtenissen (in de zin van: onvoorziene omstandigheden)? Staat dit (sub-) gunningscriterium in een redelijke verhouding tot het voorwerp van de opdracht? Wordt door de te nemen beheersmaatregelen voor rekening van de opdrachtnemer te laten komen, afgeweken van de risicoverdeling zoals die is opgenomen in de toepasselijke UAV 2012 en Voorschrift 3.9A van de Gids Proportionaliteit? Werkt dat onnodig kostenverhogend? Is het in het kader van de gunning toegestaan om te eisen dat, op straffe van uitsluiting, een minimaal aantal punten moet worden gehaald? (1.13 lid 1 jo. lid 2 sub f AW 2012. Is het toegestaan inschrijvers te vragen een opgave te doen van onvoorziene (in de zin van: niet beschreven) werkzaamheden, waarbij een (fictieve)korting korting op de aanneemsom wordt gegeven als deze werkzaamheden niet worden voorzien? Worden, door hantering van dit systeem, fouten waarvoor de aanbesteder verantwoordelijk is bij de opdrachtnemer gelegd? Is sprake van een uitbreiding van de precontractuele waarschuwingsplicht en is die toelaatbaar? Laat Voorschrift 3.9 A van de Gids Proportionaliteit zich in casu lastig toepassen?
> Is sprake van het onnodig samenvoegen van twee opdrachten in een geval waar het gaat om de levering van twee afzonderlijke, zelfstandig functionerende systemen? Dient de aanbestedende dienst te motiveren waarom opdeling in percelen van de (samengevoegde) opdracht niet passend wordt geacht? Gebruik CPV codes. Art. 1.5 en art. 2.62 lid 1 jo. lid 3.
> Voor de uitleg van op welke wijze en op welk adres de inschrijving moet worden ingediend komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de stukken zijn gesteld. Wanneer is iets in de feitelijke macht van de aanbestedende dienst? Welke betekenis moet worden toegekend aan dat “ter attentie van” moet worden opgenomen in de adressering?
> Europese openbare aanbestedingsprocedure voor vogeltellingen. Als een door de aanbestedende dienst betrokken beoordelaar op de vrijwilligerslijst staat van een onderneming die inschrijft, zal de onderneming die stelt dat daarmee sprake is van ongeoorloofde belangenverstrengeling voldoende aannemelijk moeten maken dat de eerlijke mededinging tussen de inschrijvers door toedoen van die beoordelaar ten faveure van de winnende inschrijver is beïnvloed. Het enkel uiten van vermoedens is onvoldoende om die conclusie te kunnen trekken.
> Dient een aanbestedende dienst bij het toepassen van een meervoudig onderhandse procedure eveneens het transparantiebeginsel toe te passen? Is het wijzigen van de samenstelling van een beoordelingscommissie vóór het houden van de presentaties, doch na ontvangst van de inschrijvingen in strijd met het transparantiebeginsel? Mag een aanbestedende dienst bij het inrichten van de kwalitatieve gunningscriteria de inschrijvers enige vrijheid laten om hun inventiviteit te tonen, en wat is de grens daaraan?
TenderView.ai helpt u bij het vinden, analyseren en winnen van aanbestedingen met AI.
Gratis starten