CvAE Adviezen

Commissie van Aanbestedingsexperts

Doorzoek 464 adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts over aanbestedingsrecht en -procedures. De CvAE behandelt klachten van ondernemers en aanbestedende diensten over de toepassing van de Aanbestedingswet 2012.

Advies 20829 juni 2015

Advies 208

> Door de gehanteerde ratio’s duidelijk te definiëren en daarbij gemiddelde percentages te hanteren die gebruikelijk zijn, heeft beklaagde geen disproportionele eisen gesteld. Enige mate van subjectiviteit bij de beoordeling van een kwalitatief gunningscriterium is onvermijdelijk. Niet ingekaderde gunningscriteria laten zowel de inschrijvers als beklaagde een grote mate van vrijheid. Een percentage van maximaal 20% van de op basis van dergelijke gunningscriteria te verdienen punten is in de regel toelaatbaar. Beklaagde heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij geen andere mogelijkheid zag dan in de opdrachtspecificatie te verwijzen naar merken en heeft het inschrijvers onmogelijk gemaakt gelijkwaardige producten aan te bieden.

Advies 20730 april 2015

Advies 207

> Beklaagde lijkt, bij de vaststelling van de kerncompetenties, deze ten onrechte niet “vertaald” te hebben in referentie-eisen op een hoger abstractieniveau, maar de letterlijke tekst van de kerncompetenties te hebben gehanteerd als referentie-eisen. Bovendien zijn niet alle geformuleerde competenties als kerncompetenties aan te merken.

Advies 2069 mei 2016

Advies 206

> Meervoudig onderhandse aanbesteding voor een overheidsopdracht voor verlenen van adviesdiensten ten behoeve van de realisatie van Dynamische Reis Informatie Systemen (“DRIS”). Geklaagd wordt dat beklaagde in strijd met de regels de prijsopgaaf van klager op een punt naar boven bijgesteld heeft en op een ander punt naar beneden bijgesteld heeft. Beklaagde stelt dat klager een ongeldige inschrijving heeft gedaan, maar dat sprake is van een gebrek dat zich voor herstel leende. De Commissie overweegt dat in bijlage 4B van de Offerteaanvraag (“Prijs”) is bepaald dat wanneer een inschrijver het door hem ingevulde prijsformulier ondertekent, hij daarmee verklaart dat het prijsformulier op alle gevraagde onderdelen een prijsopgaaf bevat en dat hij de inschrijfstaat van beklaagde heeft gehanteerd zonder dat hierin wijzigingen zijn aangebracht. Klager is bij het invullen van het prijsformulier afgeweken van de uitgangspunten van Bijlage 4B. De Commissie komt dan ook tot het oordeel dat klager ongeldig heeft ingeschreven. Op basis van de jurisprudentie overweegt de Commissie dat wanneer een inschrijver zijn inschrijving heeft ingediend, die inschrijving in beginsel niet meer mag worden aangepast op initiatief van de aanbestedende dienst of van de inschrijver zelf. De verplichting van een aanbestedende dienst om de inschrijvers op gelijke en niet-discriminerende wijze te behandelen en de hieruit voortvloeiende transparantieverplichting verzetten zich daartegen. Deze verplichtingen staan er echter niet aan in de weg dat, in uitzonderlijke gevallen, de inschrijvingen gericht kunnen worden verbeterd of aangevuld, met name omdat deze klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeven, of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits deze wijziging er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld (HvJ EU 29 maart 2012, zaak C-599/10 (SAG), r.o. 40). Het maken van een dergelijke uitzondering is echter uitgesloten ingeval van ontbrekende informatie die op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt (HvJ EU 10 oktober 2013, zaak C-336/12 (Manova) r.o. 40). De Commissie is van oordeel dat de in bijlage 4B van de Offerteaanvraag opgenomen uitgangspunten het karakter hebben van knock-outeisen. Hierop gelet is de Commissie dan ook van oordeel dat de ongeldige inschrijving van klager van verdere beoordeling diende te worden uitgesloten en dat de mogelijkheid was afgesneden om een gebrek in die inschrijving te herstellen, nog daargelaten of beklaagde dat herstel zelf mocht uitvoeren zonder klager daar vooraf in te kennen. Het voorgaande betekent dat de klacht op zichzelf gegrond is: het was beklaagde niet toegestaan de inschrijving van klager aan te passen. Anders dan klager is de Commissie echter van oordeel dat beklaagde de inschrijving van klager in plaats daarvan ongeldig had moeten verklaren en klager van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure had moeten uitsluiten.

Advies 2039 mei 2016

Advies 203

> Klager maakt bezwaar tegen het eisen van een VCA**-certificaat bij een aanbesteding van een opdracht van advies omtrent bodemsanering omdat er geen sprake zou zijn van onderaanneming. De Commissie overweegt dat uit de website van de Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV), die het VCA-systeem beheert, blijkt dat het al dan niet inschakelen van onderaannemers alleen relevant is in de Petrochemie. In casu mag dus het hebben van een VCA**-certificaat als geschiktheidseis gesteld worden. Klager maakt bezwaar tegen de eis van het hebben van een ISO 9001 certificaat voor alle leden van een combinatie. De Commissie overweegt dat die eis in een redelijke verhouding staat tot het voorwerp van de opdracht wanneer alle leden van de combinatie daadwerkelijk betrokken zullen worden bij de uitvoering van de opdracht. Beklaagde heeft dus niet gehandeld in strijd met Voorschrift 3.5 H Gids Proportionaliteit, dat het stellen van hogere eisen aan een combinatie dan aan een enkelvoudige inschrijver disproportioneel noemt. Beklaagde heeft een ISO 9001 kwaliteitssysteemcertificaat verlangd, waarbij de norm eis conform paragraaf 7.3 (Ontwerp en Ontwikkeling) uit ISO 9001 van toepassing is. Klager meent dat deze eis disproportioneel is. Beklaagde stelt dat bij de uitvoering van de opdracht naast behoefte aan standaardwerkzaamheden ook behoefte aan specialistisch advies. De Commissie leest dit laatste niet in het bestek en oordeelt dat de eis niet proportioneel en in strijd met Voorschrift 3.5 B Gids Proportionaliteit is.

Advies 2024 maart 2015

Advies 202

> Is het in strijd met het gelijkheidsbeginsel om voorafgaande aan de mededeling van de gunningsbeslissing een gesprek te hebben met de winnende inschrijver? Heeft de aanbestedende dienst aan zijn verplichtingen voldaan met betrekking tot het hanteren van transparante gunningscriteria, het correct toepassen van het beoordelingsmodel en het geven van een deugdelijke motivering van de gunningsbeslissing?

Advies 20029 april 2016

Advies 200

> Beklaagde heeft niet aan haar motiveringsplicht voldaan door in de mededeling van de gunningsbeslissing bij twee subgunningscriteria alleen de berekening van de scores van klager en van de winnende inschrijver te vermelden zonder verdere toelichting. De beoordeling is onvoldoende transparant geweest. De rekensystematiek is onvoldoende transparant en eenduidig beschreven, aangezien beklaagde ten onrechte heeft nagelaten in de EMVI Leidraad te beschrijven hoe het beoordelingscijfer tot stand komt. In casu is onduidelijk of er in consensus wordt beoordeeld dan wel een gemiddelde wordt berekend. Dat betekent dat – in strijd met de regel uit de jurisprudentie – er geen sprake is van een ‘zo objectief mogelijk’ beoordelingsmodel. Klager heeft bij drie aanbestedingen drie keer hetzelfde plan ingediend, maar verschillende beoordelingen gekregen. De Commissie overweegt dat wanneer door drie verschillende beoordelingscommissies cijfers worden gegeven, enige – onvermijdelijke – subjectiviteit in de beoordelingen onontkoombaar en toelaatbaar is dat er enige verschillen in de uitkomsten van de verschillende beoordelingen zijn. In casu zijn de verschillen niet disproportioneel.

Advies 19820 maart 2015

Advies 198

> Dienstonderdeel van een Ministerie maakt afspraak met dienstonderdeel van een ander Ministerie voor het laten digitaliseren van archiefmateriaal. Is hier sprake van een situatie van inbesteden of van onderhands gunnen van een aanbestedingsplichtige opdracht in strijd met de Aw 2012?

Advies 19726 maart 2015

Advies 197

> Marginale toetsing of de aanbestedende dienst (in tweede instantie) voldaan heeft aan de op haar rustende verplichting om de stellingen van klager - met betrekking tot belangenverstrengeling bij een andere inschrijver - voldoende te onderzoeken.

Advies 19617 juli 2015

Advies 196

> Beklaagde heeft een marktconsultatie gehouden voor het inrichten van een IT-systeem. Op een bepaald moment heeft beklaagde aan klager meegedeeld dat zij van plan was de opdracht te verlenen aan X op basis van een in het verleden met X gesloten en nog lopende softwareovereenkomst. De Commissie is van oordeel dat gelet op de aard en financiële omvang van de opdracht deze in beginsel Europees moet worden aanbesteed. De Commissie constateert dat de deelnemers aan de vrijblijvende marktconsultatie er niet op verdacht hoefden te zijn dat deze zou leiden tot rechtstreekse gunning aan een van die deelnemers. Beklaagde heeft echter aan die marktconsultatie gaandeweg het karakter van een selectieprocedure gegeven. Daarbij zijn criteria gehanteerd die niet vooraf bekend gemaakt zijn aan de deelnemers van de marktconsultatie. Wanneer een aanbestedende dienst na afronding van een marktconsultatie besluit een opdracht in de markt te zetten, dient hij dat in beginsel te doen door het starten van een aanbestedingsprocedure. Beklaagde heeft dus gehandeld in strijd met het transparantiebeginsel. Ook als beklaagde eerst de marktconsultatie formeel had afgesloten, had zij indien zij daarna wil overgaan tot onderhandse gunning op grond van art. 1.4 lid 1 Aw 2012 desgevraagd moeten motiveren wat de objectieve criteria zijn op basis waarvan zij daarvoor gekozen heeft.

Advies 19517 mei 2016

Advies 195

> Uit de mededeling van de gunningsbeslissing is af te leiden dat de in de Aanbestedingsstukken opgenomen beoordelingsaspecten ook daadwerkelijk zijn meegenomen in de beoordeling van de inschrijvingen. Niet is gebleken dat de aanbestedende dienst een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd bij de beoordeling van de subgunningscriteria dan wel dat zij de vooraf aangekondigde maatstaf onjuist heeft toegepast. Doordat de prijsformule in de onderhavige aanbestedingsprocedure slechts één prijscomponent bevat, is de prijs van de winnende inschrijver eenvoudig terug te berekenen wanneer de scores op het gunningscriterium prijs aan klager zouden worden bekendgemaakt. In dit geval wordt de motiveringsplicht van beklaagde beperkt door art. 2.138 sub c en sub d Aw 2012. Vrijgave van die gegevens zou de rechtmatige commerciële belangen kunnen schaden en/of afbreuk kunnen doen aan de eerlijke mededinging. Door aan klager te laten weten dat haar prijs hoger is dan de prijs van de winnaar, op de tweede plaats is geëindigd en dat het prijsverschil dermate groot is dat dit verschil niet kan worden goedgemaakt met hoge scores op kwaliteitscriteria, heeft beklaagde aan haar motiveringsplicht voldaan.

Advies 19027 januari 2015

Advies 190

> Dat is niet het geval. Noch als gevolg van de inhoud van de in de aanbestedingsstukken opgenomen functionele en technische specificaties. Noch vanwege de inhoud van de in de aanbestedingsstukken opgenomen gunningssystematiek.

Advies 18628 april 2016

Advies 186

> Beklaagde heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3.13.7 ARW 2012 door aan klager slechts een halve dag (in plaats van 2 dagen) tijd te geven om een nieuwe Eigen Verklaring in te dienen. Bovendien heeft beklaagde ten onrechte het standpunt ingenomen dat een ander bewijsmiddel had moeten worden ingediend, hetgeen eveneens in strijd is met artikel 3.13.7 ARW 2012. Klager heeft een bereidheidsverklaring van een bank tot verlening van een bankgarantie van maximaal € 250.000,- ingediend. Beklaagde heeft deze niet aanvaard op grond van het maximum. De Commissie is van oordeel dat deze weigering niet terecht was omdat er in de aanbestedingsstukken geen enkele aanduiding van de waarde van de opdracht bekend is gemaakt. Strijd met het transparantiebeginsel. De eis dat elk lid van een combinatie afzonderlijk aan de omzeteis moet voldoen is een hogere eis dan de eis die gesteld wordt aan een enkelvoudige inschrijver. Deze afwij-king van het bepaalde in Voorschrift 3.5 H Gids Proportionaliteit is gemotiveerd, zodat in strijd met art. 1.10, vierde lid, Aw 2012 zonder motivering is afgeweken van dat Voorschrift. De Aanbestedingswet 2012 noch het Reglement van de Commissie voorziet in een verplichting van de aanbestedende dienst tot opschorting van de aanbestedingsprocedure wanneer een ondernemer ter zake die procedure een klacht indient bij de aanbestedende dienst of bij de Commissie. Wel stelt de Commissie het op prijs wanneer de aanbestedende dienst het advies van de Commissie afwacht alvorens onomkeerbare beslissingen in de aanbestedingsprocedure te nemen.

Advies 18419 december 2014

Advies 184

> De Commissie stelt vast dat sprake is van een kennelijke materiele fout in de aanmelding van klager. Vervolgens wordt geoordeeld over de vraag of op grond van de Aw 2012 of de aanbestedingsstukken voor inschrijver de mogelijkheid bestaat het gebrek te herstellen en zo ja, of sprake is van een verplichting voor een aanbestedende dienst om inschrijver de gelegenheid te bieden dit gebrek te herstellen.

Advies 18312 januari 2015

Advies 183

> Toepassing van Art 1.5 lid 1 Aw 2012. Kan de motivering van de aanbestedende diensten de beslissing tot samenvoegen dragen? Is, alvorens opdrachten samen te voegen, door de aanbestedende dienst voldoende onderzoek gedaan naar en acht geslagen op de in art. 1.5 lid 1 Aw genoemde aspecten? Kan de door de aanbestedende dienst verstrekte motivering haar beslissing tot het samenvoegen van de opdrachten (on)voldoende dragen? Is zij terecht tot de beslissing gekomen dat het opdelen van de samengevoegde opdracht in percelen niet passend is?

Advies 18212 januari 2015

Advies 182

> Samenvoeging van collectief aanvullend vervoer en woon/werkverkeer-vervoer in het kader van de Wet sociale werkvoorziening. Is sprake van onnodige samenvoeging van opdrachten in de zin van art. 1.5 lid 1 Aw 2012? Motiveringsplicht van art. 1.5 lid 2 Aw 2012 voldoende nageleefd? Is de aanbestedingsprocedure zodanig ingericht dat slechts de huidige vervoerder een verantwoorde inschrijving kan doen?

Advies 18128 april 2016

Advies 181

> De eis dat een gegadigde reeds bij zijn aanmelding in de selectiefase een bewijs van registratie in het architectenregister overlegt, is in strijd met het bepaalde in art. 2.85, leden 2 en 3, Aw 2012. Beklaagde heeft niet de plicht om naast de berichtgeving via TenderNed het zelfde bericht ook nog op andere wijze aan klager te zenden. Beklaagde hoefde na het uitblijven van een antwoord op een verzoek via TenderNed om bewijsstukken in te dienen niet na te gaan of klager het verzoek wel had ontvangen.

Advies 18011 december 2014

Advies 180

> Het proportionaliteitsvereiste van art. 1.10 lid 1 Aw 2012 strekt zich naar de mening van de Commissie ook uit tot de inspanningen die van inschrijvers verwacht mogen worden bij het opstellen van de inschrijving. Het stellen van een eis die er de facto op neerkomt dat verlangd wordt een mogelijk groot en niet concreet gemaximeerd aantal referenties in te dienen, is niet proportioneel. Door een concreet maximum (bijvoorbeeld vijf referenties) te eisen, zou voor klager eerder duidelijk zijn geweest of hij daar aan zou kunnen voldoen.

Advies 17430 januari 2015

Advies 174

> Concurrentiegerichte dialoog ten behoeve van het afsluiten van een raamovereenkomst met één ondernemer. Is er sprake van het samenvoegen van gelijksoortige opdrachten binnen één aanbestedende dienst of van het samenvoegen van gelijksoortige opdrachten door verschillende aanbestedende diensten (art. 1.5 Aw 2012)? Schending van verplichting om behoeften zodanig te formuleren dat geselecteerde gegadigden daardoor in staat worden gesteld tijdens de dialoog oplossingen voor te stellen die aansluiten op die behoeften (art. 2.29 sub f Aw 2012)? Kan in een Nota van Inlichtingen worden volstaan met publicatie van de antwoorden op de gestelde vragen of moeten ook de vragen zelf worden gepubliceerd (art. 2.53 Aw 2012)?

Advies 16628 november 2014

Advies 166

> Social return-voorwaarden bij de aanbesteding van een opdracht voor leveringen in beginsel niet proportioneel vanwege lage arbeidscomponent van een dergelijke opdracht. Uitzondering op dit beginsel is mogelijk, mits voldoende gemotiveerd. Gezichtspunten die bij motivering in acht dienen te worden genomen. Gestelde voorwaarden tevens discriminatoir? Art. 1.10 en 2.80 Aw 2012 en de Gids Proportionaliteit.

Advies 1615 maart 2015

Advies 161

> Rust ook bij een meervoudige onderhandse procedure op een aanbestedende dienst de verplichting om een nader gedetailleerde beoordelingsmatrix vóór het indienen van de inschrijvingen bekend te maken? Hoe dient in deze aanbestedingsprocedure de betekenis van het woord "wanneer" uitgelegd te worden? Is sprake van een onduidelijk of onjuist toegepast (sub)gunningscriterium?

Hulp nodig bij aanbestedingen?

TenderView.ai helpt u bij het vinden, analyseren en winnen van aanbestedingen met AI.

Gratis starten