CvAE Adviezen

Commissie van Aanbestedingsexperts

Doorzoek 464 adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts over aanbestedingsrecht en -procedures. De CvAE behandelt klachten van ondernemers en aanbestedende diensten over de toepassing van de Aanbestedingswet 2012.

Advies 2448 juni 2015

Advies 244

> Overheidsopdracht voor architectendiensten. Voor de meeste kwalitatieve gunningscriteria ontbreekt een duidelijk omlijnd beoordelingskader. De gevolgde procedure heeft als ernstig nadeel dat het gaat om het beoordelen van door inschrijvers mondeling gegeven antwoorden, waarbij de controleerbaarheid van de beoordelingen vrijwel nihil is. Toch is het klachtonderdeel ongegrond omdat er te laat is geklaagd. Aangezien bij de inschrijving geen schetsontwerp hoefde te worden ingediend, behoefde de aanbestedende dienst geen ontwerpvergoeding aan te bieden (Voorschrift 3.8 Gids Proportionaliteit). De aanbestedende dienst heeft de gunningsbeslissing onvoldoende gemotiveerd. Met ‘kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving’ van art. 2.130 lid 2 Aw 2012 wordt niet alleen bedoeld de aan die inschrijving toegekende scores, maar ook eigenschappen van die inschrijving die hebben geleid tot die scores. Omdat de motivering van de gunningsbeslissing in zeer beperkte mate ingaat op de individuele gunningscriteria is de beslissing niet controleerbaar.

Advies 24324 juni 2015

Advies 243

> Meervoudig onderhandse procedure. Dat de aanbestedende dienst met een SaaS (Software as a Service) oplossing besparingen zou kunnen realiseren ten opzichte van een On premise oplossing betekent nog niet dat hij gehouden zou zijn eventuele besparingen onderdeel te laten uitmaken van het nadere criterium prijs. Wanneer de inschrijvers de gelegenheid wordt geboden om eventuele kosten en besparingen die de aanbestedende dienst zelf zal realiseren bij de uitvoering van de opdracht in hun inschrijvingen te verdisconteren, zal het voor hen mogelijk zijn om irreëel lage kosten respectievelijk irreëel hoge besparingen op te nemen in hun inschrijving terwijl het voor de aanbestedende dienst lastig is daar maatregelen tegen te nemen. Dat maakt de kans groot dat inschrijvingen niet vergelijkbaar zullen zijn. Indien in de aanbestedingsstukken een uiterste datum voor het stellen van vragen is gesteld, mag een aanbestedende dienst nadien ingediende vragen niet meer beantwoorden in verband met het beginsel van gelijke behandeling. In het licht van de bepaling in het aanbestedingsdocument dat onrechtmatigheden, etc per omgaande moeten worden gemeld, hadden de vragen de aanbestedende dienst mogelijk wel op het spoor moeten zetten de opzet van de aanbestedingsprocedure nog eens kritisch tegen het licht te houden. Dit geldt zeker indien de vragen zien op een aanbestedingsstuk of Nota van Inlichtingen van na het verstrijken van de uiterste termijn voor het indienen van vragen. Dit onderzoek zou kunnen leiden tot aanpassingen die via een Nota van Inlichtingen aan alle tot inschrijving uitgenodigde ondernemingen worden bekendgemaakt.

Advies 24220 juli 2016

Advies 242

> Een lid van een beoordelingsteam behoeft niet per se over dezelfde deskundigheid te beschikken als de inschrijver wiens inschrijving hij moet beoordelen, maar hij moet voldoende deskundig zijn om namens de aanbestedende dienst uitvoering te kunnen geven aan de verplichtingen die op hem rusten uit hoofde van het transparantiebeginsel. Klager zal als dekundige bij uitstek in het kader van de klachtprocedure ten minste moeten aangeven of en in hoeverre de beoordeling van de inschrijvingen in het licht van de gestelde gunningscriteria een bepaalde deskundigheid van de beoordelaars vergt en waarom het aannemelijk is dat de beoordelaars die deskundigheid zouden ontberen. De enkele stelling van klager dat een van de beoordelaars geen opleiding tot stoelmasseur heeft genoten en de kanttekeningen die klager plaatst bij de juistheid van de uitgevoerde beoordeling, zijn daartoe onvoldoende. In beginsel kunnen algemeen geformuleerde gunningscriteria worden gehanteerd indien zij eenvoudig toetsbaar zijn. Dit laat onverlet dat op de aanbestedende dienst de verplichting rust die criteria zodanig te formuleren dat het voor de inschrijvers volstrekt duidelijk is aan welke eisen zij moeten voldoen en dat de door de inschrijvers uit te voeren praktijktoets aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem dient te worden beoordeeld.

Advies 2379 juni 2015

Advies 237

> Het hanteren van de omzeteis is te generiek gemotiveerd in het licht van artikel 2.90 lid 3 Aw 2012 en de Gids Proportionaliteit. Deze motivering kan overigens nog in de Nota van Inlichtingen worden gegeven. Gelet op de zeer lange looptijd van de opdracht (15 jaar) zou in het licht van artikel 2.90 lid 4 Aw 2012 en de Gids proportionaliteit een omzeteis van drie maal de waarde van de opdracht in beginsel mogen worden gesteld. Voor het antwoord op de vraag of een gegadigde in staat zal zijn tot een forse voorfinanciering is de balans echter belangrijker dan de resultatenrekening. De hoogte van de omzet zegt immers weinig over de solvabiliteit van een onderneming om een bepaalde investering te kunnen doen.

Advies 23420 juli 2015

Advies 234

> Deze voorwaarde mag worden gesteld, mits deze niet in strijd is met Europees recht of aanbestedingsrecht. Directe of indirecte gunning van een aanbestedingsplichtige opdracht aan de onderaannemer is niet toegestaan. In casu kan een beroep worden gedaan op quasi-inbesteding, zodat de voorwaarde is toegestaan. De voorwaarden en tarieven voor contractering met de onderaannemer moeten wel in overeenstemming zijn met de voor de onderhavige aanbestedingsprocedure geldende beginselen en regels (gelijke behandeling, transparantie, en proportionaliteit).

Advies 23310 juni 2016

Advies 233

> Toepassing van het arrest HvJ EU 12 maart 2015, zaak C-538/15 (eVigilo). Een afgewezen inschrijver kan niet worden verplicht de vermeende partijdigheid van een deskundige die door de aanbestedende dienst is ingeschakeld aan te tonen. Wel kan van hem worden verwacht dat hij objectieve gegevens verstrekt met betrekking tot banden tussen die deskundige en de inschrijver waaraan de opdracht is gegund. Dat laatste heeft klager niet gedaan wat betreft de eerste deskundige, maar wel wat betreft de tweede deskundige. Beklaagde heeft op basis van die gegevens vervolgens onvoldoende onderzoek gedaan. Niet kan worden uitgesloten dat zich het risico heeft verwezenlijkt dat beklaagde zich bij de gunning van de opdracht aan de winnende inschrijver heeft laten leiden door een belangenconflict van de tweede deskundige.

Advies 2325 oktober 2015

Advies 232

> Meervoudig onderhandse aanbesteding voor brokerdiensten (2B-diensten). Het toestaan van het dubbele verdienmodel maakt de eisen niet disproportioneel (art. 1.16 Aw 2012). Ongelijkheid tussen ondernemingen die het dubbele verdienmodel hanteren en ondernemingen die dat niet doen, vloeit voort uit een vrije keuze die de ondernemingen hebben gemaakt en is dus niet door de aanbestedende dienst veroorzaakt (art. 1.15 Aw 2012). De enkele stelling dat de inkoopadviseur van de aanbestedende dienst in het verleden bij een van de andere inschrijvers heeft gewerkt, kwalificeert onvoldoende als objectieve gegevens die de aanbestedende dienst aanleiding hadden moeten geven tot een diepgaand onderzoek naar belangenverstrengeling. Een onjuiste mededeling in een brief aan klager is onzorgvuldig jegens klager, maar zet de procedureregels in de Offerteaanvraag niet opzij.

Advies 2297 mei 2015

Advies 229

> In welke gevallen staat de verplichte overname van winterdienstmaterieel in redelijke verhouding tot de opdracht tot gladheidsbestrijding. Toetsing aan zes relevante feiten en omstandigheden. Het vervangen van een eis door de formulering dat inschrijvers “naar eigen inzicht invulling [hier] aan zullen [moeten] geven” is in strijd met de verplichting eisen zodanig te formuleren dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat zijn deze op dezelfde wijze te interpreteren.

Advies 2284 juni 2015

Advies 228

> Aan de motiveringsplicht t.a.v. het niet integraal toepassen van de paritair voorgestelde UAV-GC 2005 en de Model Basisovereenkomst kan niet worden ontkomen door inschrijvers in staat te stellen commentaar te leveren op de concept contractstukken. Niet elke individuele afwijking hoeft te worden gemotiveerd mits de afwijkingen gedragen worden door een generieke motivering. Eisen aan een goede motivering en afweging van afwijkingen. Beoordeling van specifieke motiveringen van bepaalde afwijkingen.

Advies 22731 mei 2016Klacht ongegrond

Advies 227

> Klager heeft twee dagen voor de datum van inschrijving aan beklaagde meegedeeld dat de in de technische specificaties genoemde hardware niet bestaat. De Commissie verklaart de klacht ongegrond omdat klager een onvoldoende proactieve houding terzake heeft gehad. Ten overvloede overweegt de Commissie dat klager wel een punt heeft met betrekking tot de technische specificaties van de hardware die door de opdrachtnemer gebruikt moet worden bij de gevraagde dienstverlening. Wanneer die hardware conform de technische specificaties inderdaad slechts één processor heeft in plaats van twee, dan functioneert deze niet optimaal. Aangezien beklaagde in de Nota van Inlichtingen heeft meegedeeld dat de kosten voor het optimaal laten functioneren van de hardware voor haar rekening komen, had klager bij het opstellen van haar inschrijving uit kunnen gaan van optimaal functionerende hardware. Beklaagde heeft aldus niet gehandeld in strijd met het transparantiebeginsel.

Advies 22610 juni 2015

Advies 226

> De gunningsbeslissing is (met uitzondering van één criterium) zodanig inzichtelijk gemotiveerd dat het voor afgewezen inschrijvers mogelijk is de wijze van beoordeling te toetsen.

Advies 2241 mei 2015

Advies 224

> Aanbestedende dienst wijkt af van de hoofdregel in art.2.114 lid 1 Aw 2012 en art. 2.3.8 ARW 2012, dat gunning op basis van het criterium 'economisch meest voordelige inschrijving' voorschrijft. Toetsing aan de norm of de keuze voor toepassing van het EMVI criterium ondoelmatig is. Is de keuze voor toepassing van het criterium 'laagste prijs' voldoende gemotiveerd?

Advies 22210 augustus 2015

Advies 222

> Aanbesteding via een marktplaats. De Commissie bevestigt haar eerdere adviezen (waaronder 147) dat op een aanbestedende dienst die een opdracht aanbesteedt met gebruikmaking van de meervoudige onderhandse procedure op basis van afdeling 1.2.4 Aw 2012, een transparantieverplichting rust, die voortvloeit uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de precontractuele maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De gunningssystematiek en mededeling van de gunning worden getoetst aan deze verplichting.

Advies 22126 juli 2016

Advies 221

> In geschil is het perceel sanitaire voorzieningen van een aanbesteding van een schoonmaakcontract. De inschrijvers wordt gevraagd een vaste prijs per jaar aan te bieden en in hun inschrijvingen aan te geven welke artikelen zij voor deze vaste prijs zullen leveren. Beklaagde heeft het risico van onzekerheden en fluctuaties in de aantallen werknemers en bezoekers beperkt tot een bandbreedte van maximaal 10% afwijking van de in de aanbestedingsstukken genoemde aantallen. Daarmee komen afwijkingen van méér dan 10% voor risico van beklaagde. De vraag is of dit proportioneel is. Vooropgesteld wordt dat het aanbesteden op basis van een vaste prijs in de markt voor sanitaire voorzieningen gebruikelijk is. Voorts geldt dat het aanbesteden van sanitaire voorzieningen - in vergelijking tot bijvoorbeeld schoonmaak en glasbewassing - een relatief doorsnee proces is en minder gevoelig is voor de menselijke factor. Dat maakt de kans op miscalculatie door de betrokken inschrijvers kleiner. Beklaagde is bewust afgestapt van een langere contractduur en heeft daarnaast het restrisico beperkt tot fluctuaties binnen een bandbreedte van maximaal 10% afwijking. Daarmee heeft beklaagde naar het oordeel van de Commissie voldoende maatregelen getroffen om het restrisico voor de opdrachtnemer te beperken. Beklaagde heeft de eis dat papieren of katoenen handdoeken moeten worden geleverd eerst gewijzigd bij nota van inlichtingen en die wijziging vervolgens in een latere nota van inlichtingen, die 15 dagen vóór de datum van inschrijving is gepubliceerd, ongedaan gemaakt. De Commissie is van oordeel dat daarmee aan inschrijvers voldoende tijd is gegund om op de ongedaanmaking in te spelen omdat het niet om een cruciale wijziging gaat.

Advies 21731 juli 2015

Advies 217

> De regel dat de definitieve, (dynamische) Nota van Inlichtingen moet worden gepubliceerd, geldt ook bij een nationale procedure. Het vragen van een door de “huisbank” te verstrekken “continuïteitsverklaring” is niet proportioneel. Het daarbij toestaan van voorbehouden is strijdig met het transparantiebeginsel.

Advies 21621 april 2015

Advies 216

> Klager is onvoldoende proactief geweest door tijdens de aanbestedingsprocedure geen vragen te stellen over of bezwaar te maken tegen een als beperkend gevoelde eis. Het risico op collusie is ook te beperken door meer proportionele maatregelen te nemen.

Advies 21123 maart 2015

Advies 211

> In hoeverre bestaat bij het uitvoeren van een Europese openbare procedure de mogelijkheid tot het maken van een uitzondering op de verplichting van een aanbestedende dienst om vrije en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken te bieden?

Advies 2103 april 2015

Advies 210

> Heeft de aanbestedende dienst in de gegeven omstandigheden en gelet op de bestaande regelgeving zijn bevoegdheid tot het beëindigen van de aanbestedingsprocedure juist uitgeoefend? Wordt met het enkele feit dat een aanbestedende dienst slechts één inschrijving heeft ontvangen, reeds de vaststelling gerechtvaardigd dat het concurrentieniveau zodanig laag was dat de aanbestedende dienst zijn bevoegdheid tot het beëindigen van de aanbestedingsprocedure kan uitoefenen zonder daarmee afbreuk te doen aan de algemene beginselen die een aanbestedingsprocedure beheersen?

Advies 20921 september 2015

Advies 209

> Voor inschrijvers was het beoordelingsmodel en de puntenberekening onduidelijk. De door beklaagde uitgevoerde beoordeling is wel te verantwoorden op grond van de beschreven puntenberekening; echter daarmee is nog niet duidelijk of de door beklaagde gekozen methode de enige is die op grond van de verstrekte informatie mogelijk is. Daarmee kan niet worden gezegd dat ieder risico van favoritisme en willekeur is uitgesloten. Het louter verstrekken van een score matrix zonder verdere toelichting is onvoldoende als motivering van de gunningsbeslissing.

Hulp nodig bij aanbestedingen?

TenderView.ai helpt u bij het vinden, analyseren en winnen van aanbestedingen met AI.

Gratis starten