CvAE Adviezen

Commissie van Aanbestedingsexperts

Doorzoek 464 adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts over aanbestedingsrecht en -procedures. De CvAE behandelt klachten van ondernemers en aanbestedende diensten over de toepassing van de Aanbestedingswet 2012.

Advies 28812 februari 2016

Advies 288

> Nee, de plicht een opschortende termijn in acht te nemen en de plicht de gunningsbeslissing te motiveren gelden evenzeer. Geen sprake van wijziging van de gunningscriteria tijdens de procedure.

Advies 28728 februari 2017

Advies 287

> Nationale openbare procedure voor een opdracht voor diensten betreffende het ontwikkelen, plannen, organiseren en uitvoeren van een collectief opleidingsprogramma voor aankomende topmanagers. Geklaagd wordt over onduidelijke en subjectieve gunningscriteria, niet bij een besluit mededelen van de scores en het toekennen van opmerkelijk lage scores. De Commissie beschrijft allereerst uitgebreid het toetsingskader voor de beoordeling van kwaliteit en de motiveringsplicht die bij een nationale aanbesteding niet anders zijn dan bij een Europese aanbesteding. De klacht over onduidelijke gunningscriteria wordt ongegrond verklaard omdat klager niet voldoende proactief is geweest in de inlichtingenronde. De Commissie is van oordeel dat een aanbestedende dienst iedere inschrijver, die ten gevolge van een deelbeslissing geen reële kans meer maakt op verwerving van de opdracht, desgevraagd zo spoedig mogelijk op de hoogte moet stellen van de redenen die aan die beslissing ten grondslag hebben gelegen. Omdat beklaagde dat niet heeft gedaan, wordt dit klachtonderdeel gegrond verklaard. De klacht over opmerkelijk lage scores wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan onderbouwing en omdat de Commissie in het dossier geen aanknopingspunten vindt die die klacht ondersteunen.

Advies 28620 oktober 2015

Advies 286

> Aangezien er geen aantoonbare redenen zijn waarom weging niet mogelijk zou zijn, had het relatieve gewicht van elk gunningscriterium moeten worden uitgedrukt door middel van een passend verschil tussen minimum en maximum. Ook is in strijd met de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU geen synthetische wijze van beoordeling toegepast. Dit houdt in dat de gunningscriteria allen tezamen op enige wijze worden samengevoegd tot één totaalscore die de rangorde bepaalt. Ook stelt het beoordelingsmodel in strijd met art. 115 Aw 2012 niet een rangorde van alle inschrijvingen vast. Niet onderzocht kan worden of de facto het gunningscriterium van de laagste prijs wordt gehanteerd (art. 114 Aw). De kwalitatieve criteria maken het de inschrijvers niet duidelijk aan welke kwaliteitseisen zij geacht worden te voldoen. Het is niet toegestaan na kennisname van de inschrijvingen te bepalen hoe deze worden beoordeeld. De nadere criteria voor de toepassing van het criterium van de economisch meest voordelige aanbieding zijn in strijd met art. 115 lid 1 Aw 2012 niet in de aankondiging bekendgemaakt. Indien het relatieve gewicht van de nadere criteria niet in de aankondiging maar in de aanbestedingsstukken is bekendgemaakt, mag dit gewicht – zonder publicatie van een rectificatie – worden gewijzigd, mits potentiële inschrijvers voldoende tijd wordt gegeven hun inschrijving aan die aangepaste gewichten aan te passen. Ook de minimumeisen inzake financiële en economisch draagkracht zijn in strijd met art. 44 Richtlijn 2004/18/EG niet in de aankondiging bekendgemaakt. Indien deze in het Beschrijvend document zijn bekendgemaakt mogen deze ook zonder publicatie van een rectificatie worden gewijzigd. Uit het Beschrijvend document blijkt echter dat de facto minimumeisen worden gesteld, maar wordt niet duidelijk waaruit deze bestaan. Dit is in strijd met de transparantieverplichting van art. 1.9 lid 1 Aw 2012.

Advies 28310 februari 2017

Advies 283

> Beklaagde heeft namens drie aanbestedende diensten een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor een door ieder van die aanbestedende diensten afzonderlijk te sluiten raamovereenkomst met meerdere ondernemingen voor ICT adviesdiensten. De opdracht is verdeeld in vier percelen. Er zijn twee klachten: 1. De inschrijving van klager is niet correct beoordeeld. De inhoudelijke vragen die in de subgunningscriteria werden gesteld enerzijds en de wijze waarop de inschrijving van klager is beoordeeld anderzijds, sluiten niet op elkaar aan; en 2. Een van de winnende inschrijvers heeft strategisch/niet marktconform ingeschreven. Klager stelt dat uit de mededelingen van de gunningsbeslissingen alsmede uit de verificatiegesprekken die daarna hebben plaatsgevonden expliciet bleek dat de inschrijving van klager is beoordeeld vanuit de “praktijk van vandaag”. Klager stelt in de kern dat de vragen die in de subgunningscriteria werden gesteld gericht waren gericht op perspectief, nabije toekomst en verwachte ontwikkelingen. De Commissie kan uit de door klager geponeerde stellingen als enig concreet verwijt destilleren dat beklaagde de inschrijving van klager heeft beoordeeld vanuit het heden, terwijl bij diverse subgunningscriteria zou worden gevraagd om een visie die gericht is op de toekomst. Uit het antwoord op vraag 55 van de Nota van Inlichtingen blijkt echter dat beklaagde de inschrijvers expliciet heeft laten weten dat de in de gunnings- en beoordelingssystematiek gevraagde visie geen toekomstbeeld, maar de huidige manier van kijken van de inschrijver betreft. Het voorgaande betekent naar het oordeel van de Commissie dat beklaagde de inschrijving van klager niet anders heeft beoordeeld dan klager op grond van de in de Gunningsleidraad uitgewerkte gunnings- en beoordelingssystematiek mocht verwachten. Het eerste klachtonderdeel wordt derhalve ongegrond verklaard. Klager stelt dat een van de winnende inschrijvers – inschrijver A – in strijd met de Gunningsleidraad strategisch/niet marktconform heeft ingeschreven op perceel 1. A heeft volgens klager met een gemiddelde prijs van zo’n € 74,- voor junior/medior/senior topfuncties op het gebied van management en consultancy strategisch ingeschreven. Klager beroept zich in dit verband op een benchmark van PWC over 2012 waaruit een gemiddelde prijs blijkt van € 72,- voor alle IT-functies, van helpdesk, support t/m ontwerp en programmamanagement. Ook uit een in 2013 door Spir-IT uitgevoerde benchmark blijkt volgens klager een substantieel hogere prijs. Klager is van mening dat dit, zeker gezien de aantrekkende economie, geen marktconforme tarieven zijn. Niet gebleken is volgens beklaagde dat A dusdanige lage prijzen heeft geoffreerd dat haar offerte hierdoor als een strategische inschrijving dient te worden aangemerkt. A heeft bij haar prijstelling voldaan aan de eisen die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.3 van het Gunningsdocument. Daarbij miskent klager overigens dat het niet om een gemiddelde prijs gaat waarop de puntenscore is gebaseerd maar om het totaal gewogen maximum uurtarief. De Commissie is van oordeel dat de door klager gestelde feiten onvoldoende aanleiding geven om aan te nemen dat er door de winnende inschrijvers strategisch zou zijn ingeschreven. Uit de reactie van beklaagde – waarin de stellingen van klager bovendien uitdrukkelijk en voldoende onderbouwd worden weersproken – blijkt ook overigens niet dat zich een dergelijk geval zou hebben voorgedaan. Het tweede klachtonderdeel wordt derhalve ongegrond verklaard.

Advies 28010 juni 2016

Advies 280

> Nationale aanbesteding van ontwerp en plaatsing van geluidsschermen. De Commissie is van oordeel dat een aanbestedende dienst ook in het geval van een nationale openbare procedure en een meervoudig onderhandse procedure verplicht is alle relevante redenen voor de gunning in de mededeling van de gunningsbeslissing op te nemen en die redenen niet op een later tijdstip alsnog kan aanvullen. De Commissie is van oordeel dat beklaagde bij de beoordeling van het Plan van Aanpak van klager mede mocht meewegen of en in hoeverre klager de constructieve veiligheid van het bestaande viaduct in beschouwing had genomen. Niet gebleken is dat beklaagde daardoor - in tegenstelling tot wat klager stelt - aspecten heeft meegewogen die niet vooraf bekend gemaakt zijn. Beklaagde heeft niet alle relevante redenen voor de gunningsbeslissing meegedeeld. Onder meer ontbreken in de mededeling van de gunningsbeslissing de scores van de winnende inschrijving alsmede de kenmerken en relatieve voordelen van die inschrijving. De klacht over een motiveringsgebrek is gegrond. De Commissie is van oordeel dat - nu beklaagde heeft nagelaten de relevante redenen voor haar gunningsbeslissing mee te delen - er zodanige motiveringsgebreken aan de mededeling van die gunningsbeslissing kleven dat die mededeling een isnchrijver volstrekt geen houvast biedt om te kunnen beoordelen of het zinvol is om een juridische procedure aanhangig te maken. In lijn met haar Advies 138 oordeelt de Commissie dat - ook in het kader van een nationale aanbesteding - de consequentie daarvan is dat de opschortende termijn niet is ingegaan.

Advies 27730 september 2015

Advies 277

> Europese openbare aanbesteding van een raamovereenkomst met één ondernemer voor besloten busvervoer in Europa. Volgens klager dient er een logische relatie tussen de uurtarieven te bestaan. Dat betekent een stijgend verloop van tarief 1 tot en met 3. Alle inschrijvers hebben daarentegen volgens beklaagde ingeschreven met juist een dalend verloop van tarief 1 tot en met 3., hetgeen een onlogische relatie is. Zij hebben daarbij waarschijnlijk allen het strategische model van zittende opdrachtnemer (en winnaar) X gevolgd. Beklaagde heeft echter de inschrijvingen niet conform het prijzenblad beoordeeld en acht een dalend verloop wel logisch. De Commissie gaat uit van de juistheid van de door klager ingehuurde deskundige Y. Deze deskundige is in zijn rapport uitgegaan van de gemiddelde waarden als snelheid, beladen uren, loonkosten, etc. per rit in de drie staffels en berekent daarmee de gemiddelde kostprijs per rit, die vervolgens gedeeld wordt door het gemiddeld aantal beladen uren per rit. Y heeft in zijn calculatie geen rekening gehouden met het aantal ritten, dat per staffel aanzienlijk verschilt: achtereenvolgens 11.000, 1.500 en 800. Er is volgens de Commissie ook een heel andere kostprijsberekening mogelijk, die wel rekening houdt met die aantallen. In die berekening worden de totale verwachte kosten per jaar berekend, waarna een bepaalde verdeling over de drie staffels wordt gekozen die tot een winstgevend contract leidt. Bij die verdeling speelt een grote rol het feit dat er zeer veel korte ritten zijn en relatief erg weinig lange ritten, waardoor een belangrijk deel van de omzet behaald zal moeten worden met die korte ritten. Beklaagde heeft met de aantallen ritten wel rekening gehouden in het beoordelingsmodel door voor de drie staffels wegingsfactoren van achtereenvolgens 50, 30 en 20 te hanteren. De Commissie acht het aannemelijk dat de andere inschrijvers andere aannames hebben gemaakt bij hun kostprijsberekening en mogelijk ook meer dan klager heeft gedaan bij hun kostprijzen rekening hebben gehouden met de aantallen ritten en de wegingsfactoren. Bij aanbestedingen waarbij de staffeltarieven worden omgerekend tot afzonderlijke scores met relatieve formules is het bij het bepalen van de strategie mogelijk om manipulatief in te schrijven doordat het bieden van een extreem lage prijs in een bepaalde staffel tot gevolg heeft dat alle andere inschrijvers bij die staffel een zeer lage score behalen. In de onderhavige aanbesteding is dat onmogelijk omdat de staffeltarieven met behulp van de wegingsfactoren worden omgerekend tot een fictieve totaalprijs. Wanneer inschrijvers hun strategie afstemmen op de wegingsfactoren - en dat is volgens vaste jurisprudentie toelaatbaar - dan zullen zij bij het uurtarief voor korte ritten, dat het zwaarst weegt, een relatief laag bedrag invullen en dat compenseren door bij het uurtarief voor lange ritten een relatief hoog bedrag in te vullen. Aangezien de andere inschrijvers dalende uurtarieven hebben ingevuld, zullen zij de hiervoor beschreven strategie, wanneer zij daar überhaupt voor gekozen hebben, in ieder geval slechts met mate hebben toegepast. De andere inschrijvers zouden met meer recht van spreken kunnen betogen dat klager strategisch heeft ingeschreven door stijgende staffeltarieven in te vullen. De Commissie is van oordeel dat wanneer de strategie van klager toelaatbaar is, de door de andere inschrijvers gekozen strategie zeker ook toelaatbaar moet zijn, aangezien die laatste strategie in mindere mate gebruik maakt van de wegingsfactoren. De Commissie ziet derhalve geen redenen waarom de andere inschrijvingen ongeldig zouden zijn. De klacht wordt derhalve ongegrond verklaard.

Advies 2718 oktober 2015

Advies 271

> Het gunningsmodel is objectief en kan slechts op één manier geïnterpreteerd worden. Beklaagde heeft meerdere maatregelen genomen om irreëel biedgedrag tegen te gaan. Geen sprake van ongelijke behandeling van aanbieders. De rangorde bepaling in het kader van de EMVI beoordeling voorziet in de mogelijkheid de gunningsbeslissing niet te baseren op een vergelijkende beoordeling van de inschrijvingen maar op de uitkomst van een loting. Dat is in strijd met de artikelen 2.114 en 2.115 AW.

Advies 27018 september 2015

Advies 270

> Europese openbare aanbesteding voor de verwerking van huishoudelijk restafval en grofvuil. Geklaagd wordt over twee dingen: 1. de gunningscriteria Duurzaamheid en Flexibiliteit zijn onvoldoende transparant; en 2. beklaagde is voornemens het gunningscriterium Duurzaamheid op discriminatoire wijze toe te passen. De Commissie overweegt dat in artikel 1.9 lid 1 Aw 2012 is bepaald dat een aanbestedende dienst transparant dient te handelen. Zoals ook blijkt uit overweging 6.1.5 van Advies 81 van de Commissie, is deze verplichting ten aanzien van kwalitatieve gunningscriteria in de jurisprudentie als volgt geconcretiseerd. Het is van belang dat (i) het voor een inschrijver volstrekt duidelijk is wat van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Bij het gunningscriterium “Flexibiliteit” heeft beklaagde in de Aanbestedingsleidraad als voorbeeld genoemd dat gedacht kan worden aan de telefonische bereikbaarheid om in geval van calamiteiten oplossingen te bespreken en aan te pakken, de mogelijkheid van opening buiten de gestelde openingstijden en daar in een aanvulling op de Nota van Inlichtingen aan toegevoegd dat het ook kan gaan om (on)verwachte gebeurtenissen. Naar het oordeel van de Commissie heeft beklaagde met die aanwijzingen in de basis weliswaar geprobeerd inzicht te geven aan de inschrijvers wat van hen werd verwacht voor wat betreft het gunningscriterium “Flexibiliteit”, maar zijn die aanwijzingen te summier. Beklaagde had dat euvel kunnen verhelpen door in haar beoordelingssysteem aspecten te noemen waarop zij de inschrijvingen voor wat betreft het gunningscriterium “Flexibiliteit” zou gaan beoordelen en door daarbij enige aanwijzing te geven hoe zij dat zou gaan doen. Beklaagde heeft echter per te behalen score van 0, 2, 6, 8 of 10 punten slechts met één of twee woorden aangeduid wat de betekenis van die score is. De Commissie is van oordeel dat dit in ieder geval te summier is. Daarmee heeft beklaagde naar het oordeel van de Commissie niet alleen niet voldaan aan voorwaarde (ii), maar heeft zij ook het hiervoor bedoelde euvel niet verholpen waardoor zij evenmin heeft voldaan aan voorwaarde (i). Bij het gunningscriterium “Duurzaamheid” heeft beklaagde in de Aanbestedingsleidraad als voorbeeld genoemd dat gedacht kan worden aan op welke wijze er scheidingsresultaat wordt behaald bij de verwerking, de maatregelen die men treft om dit in de nabije toekomst te verbeteren en daar in de aanvulling op de Nota van Inlichtingen aan toegevoegd dat het te bereiken einddoel is om door een zo goed mogelijke scheiding bij de eindverwerker een optimale bijdrage te leveren aan het doel van de rijksoverheid om tot 75% hergebruik/recycling te komen. Naar het oordeel van de Commissie is ook dit te summier en wordt dat euvel evenmin verholpen door de uitwerking van het beoordelingssysteem waarmee beklaagde de inschrijvingen voor wat betreft het gunningscriterium “Flexibiliteit” heeft beoordeeld. Net als bij het gunningscriterium “Flexibiliteit” is het bij het gunningscriterium “Duurzaamheid” immers in onvoldoende mate mogelijk om bij het beantwoorden van de vraag in te spelen op de wensen van beklaagde omdat er geen duidelijke beschrijving is van de aspecten die meewegen bij de beoordeling. Met betrekking tot het gunningscriterium “Duurzaamheid” is dus evenmin voldaan aan de voorwaarden (i) en (ii). Het eerste klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Aangezien de Commissie bij de behandeling van klachtonderdeel 1 heeft vastgesteld dat beklaagde geen duidelijk beoordelingskader voor het gunningscriterium “Duurzaamheid” heeft bepaald, is niet vast te stellen of – zoals klager stelt – beklaagde een voorkeur heeft voor (na)scheiding. Het tweede klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

Advies 26525 september 2015

Advies 265

> Falend Grossmann verweer. Gevraagde referentieopdrachten hoeven niet gelijk te zijn aan maar moeten vergelijkbaar zijn met de aanbestede opdracht. De aanbestedingsstukken en nota van inlichtingen zijn voor meerderlei uitleg vatbaar en dus niet zodanig geformuleerd dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat zijn deze op dezelfde wijze te interpreteren.

Advies 2648 april 2016

Advies 264

> Aanbesteding van keuring en inspectie van elektrotechnische installaties. Klager heeft er op gewezen dat in de invulbijlage waarin de gegevens van de installaties zijn opgenomen veel regels blanco zijn gelaten, hetgeen zou kunnen inhouden dat op die locaties geen elektrische installaties aanwezig zijn. Beklaagde heeft in de Nota van Inlichtingen geantwoord dat hier wel een elektrotechnische installatie aanwezig is, maar de omvang ervan onbekend is. De inschrijvers dienden een schatting te maken aan de hand van vergelijkbare objecten. De Commissie is van oordeel dat beklaagde met deze beantwoording heeft bewerkstelligd dat niet alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers de eisen aan de invulling van de Prijs invullijst op dezelfde wijze zullen interpreteren. Aldus heeft beklaagde gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De inschrijfsommen vertonen een opmerkelijke spreiding. De hoogste inschrijfsom is niet minder dan ruim zestien keer zo hoog als de laagste. Die prijsverschillen wijzen er op dat de inschrijvers de omvang van de opdracht op zeer uiteenlopende manieren hebben geïnterpreteerd. De Commissie is van oordeel dat dit kan worden verklaard doordat de inschrijvers aannames moesten maken over de omvang van de werkzaamheden in objecten waarvoor geen aantallen installaties bekend gemaakt zijn. De invullijst bevat op een totaal van 722 objecten niet minder dan 117 objecten bevat waarbij geen aantallen installaties genoemd worden. De omstandigheid dat niet minder dan zeven inschrijvingen om uiteenlopende redenen, waaronder ook het doen van onrealistische aannames, ongeldig zijn verklaard, is een duidelijke aanwijzing dat de omvang van de opdracht door de diverse inschrijvers op zeer uiteenlopende manieren is geïnterpreteerd. De door beklaagde gevolgde werkwijze bij het opzetten van de aanbesteding brengt het aanmerkelijke risico met zich dat de zittende opdrachtnemer wordt bevoordeeld. Deze hoeft immers geen aannames te maken omtrent de aantallen installaties die in de diverse objecten aangetroffen zullen worden en kan zijn prijs dus nauwkeurig calculeren, daar waar alle andere inschrijvers in grote onzekerheid verkeren.

Advies 25921 september 2015

Advies 259

> Het is van belang dat (i) het voor een inschrijver volstrekt duidelijk is wat van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. De Commissie is van oordeel dat deze toetsingsmaatstaf ook dient te worden gehanteerd ten aanzien van kwalitatieve selectiecriteria. Klager heeft verzocht haar beschrijving van een referentie te mogen aanvullen met een tekstfragment dat is weggevallen. Hoewel aannemelijk is dat er sprake is van een kennelijke omissie, zou aanvulling neerkomen op het indienen van een nieuwe inschrijving, wat duidelijk in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou zijn. Ook is duidelijk dat niet objectief kan worden vastgesteld of de in te dienen nieuwe gegevens dateren van voor het einde van de inschrijvingstermijn. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Beklaagde heeft gedeeltelijke demontage hoger gewaardeerd dan volledige demontage, maar deze voorkeur is niet uit de aanbestedingsstukken af te leiden. Toekennen van 0 punten voor referenties omdat daar sprake was van complete demontage is dan ook in strijd met het beoordelingsmodel. Een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige gegadigde moet hebben begrepen – ook al gaat het in de betreffende paragraaf van de Selectieleidraad om de eisen en niet om de selectiecriteria – dat het tezamen met een andere onderneming die geen deel uitmaakt van zijn combinatie uitvoeren van een referentiewerk tot gevolg kan hebben dat niet de maximale score voor dat referentiewerk wordt toegekend. Gevraagd is een referentie van het realiseren van een multifunctioneel gebouw. In de door klager ingediende omschrijving van het referentiewerk wordt gesproken over twee concertzalen, documentatiecentrum, kantorenblok, grand café en een publieke ruimte. Naar het oordeel van de Commissie blijkt hier uit dat het gaat om een multifunctioneel gebouw. Dat betekent dat beklaagde bij de beoordeling van dit referentiewerk onjuist heeft gehandeld door punten af te trekken voor de afwezigheid van winkels in het gebouw.

Advies 25730 juli 2016

Advies 257

> Dat het beklaagde op grond van bestaande jurisprudentie niet is toegestaan om, in aanvulling op de redenen waarmee de mededeling van de gunningsbeslissing is gemotiveerd, later nieuwe redenen aan te voeren, laat onverlet dat beklaagde in de mededeling van de gunningsbeslissing reeds voldoende heeft gemotiveerd dat de inschrijving van klager hoe dan ook niet voldoet aan een knock-out eis. Nu in de aanbestedingsstukken is bepaald dat wanneer een inschrijver zich niet conformeert aan een knock-out eis, die inschrijving wordt uitgesloten van verdere beoordeling, is op grond van bestaande jurisprudentie voor beklaagde de mogelijkheid afgesneden om klager in de gelegenheid te stellen haar inschrijving aan te vullen door het geven van een nadere verduidelijking.

Advies 25613 augustus 2015

Advies 256

> Als een aanbestedende dienst paritaire voorwaarden toepast, moeten deze dan nog op proportionaliteit getoetst worden? Kan de motivering van de aanbestedende dienst om af te wijken van 3.5D in dit geval de afwijking (het vragen van een bankgarantie van 10%) dragen?

Advies 25517 december 2015

Advies 255

> Beklaagde (een Ministerie) verleent rechtstreeks schoonmaakopdrachten aan door haarzelf opgerichte Rijks Schoonmaak Organisatie (RSO). In een dergelijk geval is sprake van “zuiver inbesteden”. Klacht dat sprake zou zijn van een aanbestedingsplichtige overheidsopdracht is daarom ongegrond. Geen klacht ingediend tegen andere Ministeries die eveneens voornemens zijn rechtstreeks schoonmaakopdrachten aan RSO te verlenen. Commissie kan een dergelijke klacht daarom niet in behandeling nemen. Overweging ten overvloede dat terughoudendheid moet worden betracht bij het doortrekken van eerder Advies 198 naar laatstbedoelde geval.

Advies 25421 juli 2015

Advies 254

> De Commissie kan geen bindend advies geven. Het staat partijen vrij om binnen de grenzen van het recht afspraken te maken over de rechtsgevolgen die zij aan een advies van de Commissie willen verbinden. Bij het gunningscriterium Overkomstzekerheid heeft beklaagde enkele niet-limitatieve voorbeelden gegeven die die overkomstzekerheid kunnen garanderen. Het stond de inschrijvers echter vrij om op andere wijze de overkomstzekerheid te garanderen, zoals klager heeft gedaan. Beklaagde heeft ten onrechte het ontbreken van nabezorging in de motivering van de score op het betreffende subcriterium betrokken en de inschrijving van klager ook overigens onvoldoende beoordeeld conform de uitleg die aan dit subcriterium dient te worden gegeven. Zowel klager als de winnende inschrijver hebben een percentage genoemd voor de aangeboden overkomstzekerheid en beklaagde heeft dat kennelijk meegewogen bij het bepalen van de scores voor dit subcriterium. Aangezien beklaagde dit niet heeft vermeld in de motivering van de gunningsbeslissing, heeft beklaagde gehandeld in strijd met haar verplichting om alle relevante redenen in de mededeling van de gunningsbeslissing te vermelden.

Advies 25120 september 2016Klacht ongegrond

Advies 251

> Beklaagde heeft aan een samenwerkingsverband gevraagd om een plan voor gebiedsontwikkeling in te dienen en de grond verkocht aan het samenwerkingsverband. Klager stelt dat deze opdracht aanbesteed had moeten worden. De Commissie kan niet vaststellen of de opdracht tot planontwikkeling een overeenkomst onder bezwarende titel is met een waarde boven de drempelwaarde voor Diensten. Om die reden kan de klacht niet gegrond verklaard worden. De Commissie toetst vervolgens aan de hand van de criteria van het arrest Helmut Müller of bij de verkoop van de grond sprake is van een overheidsopdracht. Op basis van de door partijen overgelegde en de overige door de Commissie gevonden informatie zijn er geen aanwijzingen van het bestaan van een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel tussen beklaagde en het samenwerkingsverband, waarin afspraken zijn opgenomen over het realiseren van een werk dat aan door beklaagde gestelde eisen voldoen. Om die reden kan ook deze klacht niet gegrond verklaard worden.

Advies 24827 juli 2015

Advies 248

> Europese openbare aanbesteding voor een raamovereenkomst met een intermediair voor het boeken van hotel- en vergaderaccommodaties. Hoewel klager niet op de aanbesteding heeft ingeschreven, wordt de klacht in behandeling genomen. Klager heeft tijdig en meermalen haar bezwaren aan de aanbestedende dienst kenbaar gemaakt. De eis met betrekking tot de annuleringsvoorwaarden, en het daarmee alloceren van een deel van het risico op annuleringen bij inschrijvers, is niet disproportioneel (art. 1.10 lid 1 Aw 2012 en Voorschrift 3.9A Gids Proportionaliteit). Het betreft juist een element waarop inschrijvers zich kunnen onderscheiden van hun concurrenten. Het vragen van een vast kortingspercentage is in dit geval begrijpelijk en niet disproportioneel (art. 1.10 Aw 2012 en de Gids Proportionaliteit). Het BAR-vereiste is voldoende transparant: de aanbestedende dienst heeft voldoende aangetoond wat zij van inschrijvers verwacht en hoe dat kan worden getoetst.

Advies 24730 september 2015

Advies 247

> De aanbestedende dienst heeft in de Nota van Inlichtingen verwarring gecreëerd. Daarmee is de eis niet zodanig geformuleerd dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers deze eis op dezelfde wijze zullen uitleggen. Dit is in strijd met de transparantieverplichting van art. 1.9, lid 1, Aw 2012. De opdracht kan niet worden gegund, omdat niet kan worden beoordeeld of de beoogde winnaar aan de eis voldoet. Wijziging van de eis was niet toegestaan zonder rectificatie in combinatie met een eventuele bijstelling van de inschrijvingstermijn.

Advies 2465 oktober 2015

Advies 246

> Kun je als later toegevoegde inschrijver nog bezwaar maken tegen de partijen die in eerste instantie geselecteerd waren? Is er een grenswaarde te bepalen bij een STABU-bestek, beneden welke waarde er niet meer sprake is van EMVI, maar (de facto) van laagste prijs?

Hulp nodig bij aanbestedingen?

TenderView.ai helpt u bij het vinden, analyseren en winnen van aanbestedingen met AI.

Gratis starten