CvAE Adviezen

Commissie van Aanbestedingsexperts

Doorzoek 464 adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts over aanbestedingsrecht en -procedures. De CvAE behandelt klachten van ondernemers en aanbestedende diensten over de toepassing van de Aanbestedingswet 2012.

Advies 36118 juli 2016

Advies 361

> Opdracht voor postbezorging is voorbehouden aan sociale werkplaatsen. Uiterste datum voor implementatie Richtlijn 2014/24/EU is verstreken, maar de richtlijn is nog niet geïmplementeerd. Rechtstreekse werking art. 77 van de richtlijn op grond waarvan bepaalde sociale diensten kunnen worden voorbehouden aan bepaalde organisaties? Rechtstreekse werking van de gewijzigde regeling voor het voorbehouden van opdrachten aan sociale werkplaatsen en dergelijke (art. 20 van de richtlijn)? Richtlijnconforme interpretatie van de nationale bepaling (artikel 2.82 van de vóór 1 juli 2016 geldende Aw 2012)?

Advies 36016 juli 2016

Advies 360

> Het toepassen van "eigen" contractvoorwaarden, in plaats van de paritair opgestelde UAV 2012, is in strijd met Voorschrift 3.9 C Gids Proportionaliteit. Van dit voorschrift kan op basis van artikel 1.10 lid 4 Aw 2012 gemotiveerd worden afgeweken. De aanbestedende dienst heeft niet aan deze motiveringsplicht voldaan.

Advies 35817 juni 2016

Advies 358

> Europese openbare aanbesteding voor een raamovereenkomst met één onderneming voor communicatieadvies, vormgeving, DTP, drukwerk-inkoop en fotografie. Klager stelt dat het gunningscriterium 'Casus beeldtaal' onvoldoende transparant is en dat het gunningsmodel zal leiden tot subjectieve beoordeling van de inschrijvingen. Volgens klager wordt de inschrijver niet op de hoogte gesteld van de - huidige - identiteit, positionering en profilering, doelgroep(en) en imago van beklaagde en heeft beklaagde daarmee onvoldoende informatie verstrekt om het materiaal dat een inschrijver bij zijn inschrijving moet voegen, (goed) te kunnen leveren. De Commissie is evenwel van oordeel dat beklaagde die informatie wel beschikbaar heeft gesteld, door te verwijzen naar haar website en in de aanbestedingsstukken. De Commissie trekt een parallel met artikel 2.160 Aw 2012 waarin eisen worden gesteld aan de samenstelling van de jury in het geval van een prijsvraag. Indien van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie is geëist, dient ten minste een derde van de juryleden dezelfde of een gelijkwaardige kwalificatie te hebben. Hoewel beklaagde niet de procedure van een prijsvraag hanteert, vertoont de door haar gezoken opzet van de beoordeling van de inschrijvingen wel enkele gelijkenissen met de wijze waarop dat bij een prijsvraag gebeurt. Aangezien beklaagde heeft bepaald dat de beoordelingscommissie bestaat uit vakinhoudelijke deskunidgen en inkoopadviseurs en dat deze zal bestaan uit vijf materiedeskundigen wordt geoordeeld dat beklaagde voldoende waarborgen voor een objectieve beoordeling heeft geboden. Klager klaagt dat de beoordelingscommissie niet alleen het ingediende materiaal gaat beoordelen, maar ook de presentatie en degenen die de presentatie geven. Het houden van een interview in het kader van de kwalitatieve beoordeling acht de Commissie echter in beginsel toelaatbaar (zie ook Hof Den Haag 17 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:413, r.o. 15). Klager stelt dat de beoordelingscommissie beoordeelt of er een 'klik' is tussen een inschrijver en de beoordelaars (in het kader van het interview). Hoewel enige mate van subjectiviteit is toegestaan, acht de Commissie het risico van willekeur en favoritisme bij toepassing van een dergelijk subgunningscriterium te groot. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond, voorzover beklaagde in het kader van de kwalitatieve beoordeling meeweegt in hoeverre er een 'klik' is tussen een inschrijver en de beoordelaars.

Advies 3557 juni 2016

Advies 355

> Onderscheid tussen Voorschriften 3.9 A en 3.9 D Gids Proportionaliteit. Indien is aangesloten bij het wettelijke stelsel van het BW is geen sprake van strijd met Voorschriften 3.9 A en 3.9 D lid 1 Gids Proportionaliteit. De vrijwaringsbepaling die is ontleend aan het VNG Model Algemene Inkoopvoorwaarden en onderhavig boetebeding zijn niet in strijd met Voorschriften 3.9 A en 3.9 D lid 1 Gids Proportionaliteit. Er is niet geklaagd over Voorschrift 3.9 D lid 2 Gids Proportionaliteit. De Commissie beveelt aanbestedende diensten aan in voorliggende gevallen te onderzoeken of het raadzaam is de schadevergoedingsverbintenis of een eventueel verschuldigde boete tot een maximumbedrag of maximumpercentage van de waarde van de opdracht te beperken.

Advies 3533 augustus 2016

Advies 353

> Op grond van art. 2.98, lid 2, Aw 2012 mag de aanbestedende dienst eisen dat gegadigde over de benodigde vergunning en een certificaat beschikken om de gevraagde diensten in Nederland te mogen verrichten. Het is niet in strijd met Voorschrift 3.5H Gids Proportionaliteit en ook overigens niet disproportioneel, die eis te laten uitstrekken tot alle combinanaten van een gegadigde. De geschiktheidseis dat tenminste een van de senior dienstverleners ervaring moet hebben opgedaan in het gebied waar de opdracht zal worden uitgevoerd is, in het licht van de opdracht, proportioneel. Bij de keuze tussen het stellen van een geschiktheidseis en een selectiecriterium moet worden bedacht dat een geschiktheidseis kan leiden tot het blokkeren van de toegang terwijl een selectiecriterium kan leiden tot een verminderde kans op toetreding. Wat betreft de kerncompetentie "het is staat zijn zorgvuldig en wetenschappelijk verantwoord opgravingen in een bepaalde regio te doen" is het in casu proportioneel niet alleen geschiktheidseisen te stellen maar ook selectiecriteria te hanteren. Toetreding tot de aanbestedingsprocedure is daardoor niet volledig uitgesloten.

Advies 35123 mei 2016

Advies 351

> Europese openbare aanbesteding van graniettegels. Het gunningscriterium ‘in welke mate het inschrijvingsmonster voldoet aan het referentiemonster’ is in strijd met het beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie van art. 1.8 Aw 2012 omdat de leverancier van het referentiemonster daarmee wordt bevoordeeld. De herkomsteis dat het graniet moet zijn gewonnen en bewerkt in Europa is in strijd met art. 2.76 lid 5 Aw 2012 en art. IV van de GPA. De Commissie doet een aanbeveling voor de wijze van inkoop en aanbesteding van natuurstenen.

Advies 3493 augustus 2016

Advies 349

> De aanbestedingsprocedure voorziet in de mogelijkheid voor de aanbestedende dienst een besluit op het verzoek van een onderneming tot de Deelovereenkomst(en) toe te mogen treden, te doen voorafgaan door individuele tariefonderhandelingen en deze toetreding afhankelijk te stellen van de bereidheid van de toetreder voor dezelfde diensten lagere tarieven in rekening te brengen dan andere tot de Deelovereenkomst(en) toegetreden ondernemingen. Dat is in strijd met de genoemde beginselen.

Advies 34810 mei 2016

Advies 348

> Voor toepassing van het criterium van de laagste prijs is alleen ruimte wanneer toepassing van het EMVI-criterium ondoelmatig is. Daarvoor moet eerst een afweging worden gemaakt van alle relevante omstandigheden van het geval, zoals het voorwerp van de aanbesteding, de relevante markt en de mate waarin hantering van het EMVI-criterium kan bijdragen aan het doel van de wetgever: een omslag gaan maken als het gaat om duurzaam en innovatief inkopen. Daartoe is van belang of de aanbestedende dienst in de specificatie van de opdracht ruimte voor marktpartijen heeft gecreëerd voor het aanbieden van innovatieve en duurzame oplossingen. De door de aanbestedende dienst gegeven motivering moet zijn opgenomen in de aanbestedingsstukken.

Advies 34528 april 2016

Advies 345

> Voor de beoordeling of de aanbestedende dienst een voldoende motivering heeft verstrekt om (vanwege de niet-passenheid daarvan) geen gevolg te geven aan het splitsingsgebod van art. 1.5, derde lid, Aw 2012, is van belang of opdelen in percelen doelmatig is, gegeven de relevante aspecten van de opdracht, de samenstelling van de markt en de mogelijke beperking van de concurrentie. Een deugdelijke motivering van de beslissing om het opdelen van een samengevoegde opdracht "niet passend" te achten, zal, evenals bij beantwoording van de vraag of het samenvoegen van opdrachten "niet onnodig" is, gebaseerd moeten zijn op een afweging van belangen van de aanbestedende dienst en de belangen van (met name) het MKB betreffende voldoende toegang tot de opdracht en de andere in art. 1.5, tweede lid, Aw 2012 genoemde aspecten. Wanneer die motivering deugdelijk is, zal diezelfde motivering ook een voldoende basis kunnen bieden voor de beslissing om twee of meer opdrachten samen te kunnen voegen. Een aanbestedende dienst moet de beslissing om opdrachten samen te voegen of een opdracht niet in percelen op te delen in een zo vroeg mogelijk stadium van de aanbestedingsprocedure voldoende motiveren.

Advies 34421 april 2016

Advies 344

> Beklaagde handelt in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure niet in strijd met de Aw 2012 door de huidige uitvoerder van de eerder aanbestede regieopdracht tot de procedure toe te laten. Die toelating is mogelijk echter wel in strijd met de voorwaarden van de eerdere aanbesteding van de regieopdracht. De Aw 2012 lijkt echter niet op die eerdere aanbestedingsprocedure van toepassing te zijn. Het is aannemelijk dat er bij onderhavige aanbesteding geen sprake zal zijn van grote prijsverschillen tussen de inschrijvingen en er is dan ook geen reden om af te wijken van de norm van een grenswaarde van minimaal 10% zoals eerder in Advies 246 is aangenomen. Met een grenswaarde van 14,8% kan op basis van een afweging van alle omstandigheden van het geval niet worden geoordeeld dat de inschrijvers de redelijke verwachting mochten hebben dat de kwalitatieve aspecten van de inschrijvingen geen significante invloed op de rangorde van de inschrijvingen zouden hebben.

Advies 34313 april 2016

Advies 343

> Een aanbestedende dienst dient de beslissing om opdrachten samen te voegen in een zo vroeg mogelijk stadium van de aanbestedingsprocedure voldoende te motiveren. Een aanbestedende dienst mag zich bij het besluit tot samenvoegen van afzonderlijke opdrachten laten leiden door de behoefte om "ontzorgd" te worden. Naast efficiëntieoverwegingen speelt voor beklaagde een rol dat zij één feitelijk en juridisch aanspreekpunt wil hebben. De aanbestedende dienst moet de randvoorwaarden waarbinnen het inschakelen door inschrijvers van derden moet plaatsvinden, zodanig bepalen dat de organisatorische gevolgen en risico's van de samenvoeging van de opdracht voor die derden niet substantieel zwaarder zouden worden in vergelijkin gmet het geval waarin beklaagde de opdrachten niet zou hebben samengevoegd, maar in plaats daarvan met de inschrijver en de derde afzonderlijk zou hebben gecontracteerd. De beslissing tot samenvoeging kan door de gegeven motivering onvoldoende gedragen worden.

Advies 34014 april 2016

Advies 340

> De enkele stelling van klager dat de adviseur van beklaagde in dezelfde markt actief is als potentiële aanbieders, levert in deze aanbesteding geen objectief gegeven op, op grond waarvan aan de non-discriminatoire en transparante behandeling van inschrijvers moet worden getwijfeld.

Advies 33321 juli 2016

Advies 333

> Het door beklaagde gehanteerde beoordelingsmodel voorziet er in dat een inschrijving met een hoog kortingspercentage duurder kan zijn dan een inschrijving met een laag kortingspercentage. Dat betekent dat het model ertoe kan leiden dat bij twee kwalitatief gelijkwaardige aanbiedingen, de raamovereenkomst wordt gegund aan de duurdere aanbieding van de twee. Daarmee handelt beklaagde in strijd met haar verplichting een gunningssystematiek te kiezen die haar in staat stelt na te gaan welke inschrijving de beste prijs/kwaliteitverhouding biedt.

Advies 33129 februari 2016

Advies 331

> Toepassen van „eigen” contractvoorwaarden niet in strijd met Voorschrift 3.9 C Gids Proportionaliteit; RVOI 2001 weliswaar paritair opgestelde voorwaarden, maar brancheverenigingen hebben de bedoeling gehad de niet paritair opgestelde DNR daarvoor in de plaats te stellen. Geen strijd met Voorschrift 3.9 A Gids Proportionaliteit ; in contractvoorwaarden voorziene risicoallocatie sluit aan bij het Burgerlijk Wetboek. Het expliciet bepalen dat een in de contractvoorwaarden voorziene limitering van de omvang van de schadevergoedingsverbintenis in bepaalde omstandigheden niet geldt, is een afwijking van Voorschrift 3.9 D lid 1 Gids Proportionaliteit; de voor die afwijking gegeven motivering is onvoldoende; strijd met artikel 1.10 lid 4 Aw 2012.

Advies 3285 april 2016

Advies 328

> De geheimhoudingsverplichting van art. 2.57, eerste lid, Aw 2012 kan ook zien op vertrouwelijke gegevens die vóór een aanbesteding aan de aanbestedende dienst zijn verstrekt of die onderdeel zijn geworden van een uit een aanbesteding resulterende overeenkomst. Daarbij is niet van belang of de betrokken ondernemers schade geleden hebben of zouden kunnen lijden. Beklaagden hadden het beginsel van gelijke behandeling moeten naleven door van geen enkele leverancier de vertrouwelijke gegevens bekend te maken. Door in de klachtenregeling te eisen dat klager eerst een schriftelijke klacht moet indienen bij de Adviseur, vervolgens bij het College van Bestuur en tenslotte bij de Commissie, alvorens een procedure te kunnen beginnen, wordt de toegang tot de rechter ongeoorloofd belemmerd.

Advies 3268 juli 2016

Advies 326

> Voor de verschillende uitleg van de beoordelingsmethode door klager en beklaagde zijn beiderzijds plausibele gronden aan te voeren. De beoordelingsmethode is niet zodanig bepaald dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat zijn deze op dezelfde wijze te interpreteren. Beklaagde heeft de scores van klager en de winnende inschrijver Y aan klager meegedeeld, maar niet aangegeven waarom klager respectievelijk Y bepaalde scores hebben behaald, noch wat de kenmerken en voordelen van de inschrijving van Y zijn.

Advies 32328 februari 2017Klacht gegrond

Advies 323

> Meervoudig onderhandse gunning raamovereenkomst binnenschilderwerk nadat de opdrachtnemer (Y) van één van de vier na een nationale openbare procedure gesloten raamovereenkomsten failliet verklaard is. Geklaagd wordt dat dit perceel opnieuw aanbesteed had moeten worden en niet geveild had mogen worden onder de drie opdrachtnemers van de drie overige percelen. Bij de oorspronkelijke aanbesteding is bepaald dat een inschrijver niet meer dan één perceel gegund kan krijgen. Klager stelt dat door de veiling onder de drie zittende opdrachtnemers in strijd gehandeld is met deze regel aangezien X nu twee percelen uitvoert. De Commissie is van oordeel dat het beklaagde in beginsel niet vrijstond - behoudens een enkele uitzondering - één van de raamovereenkomsten na gunning daarvan wezenlijk te wijzigen, zonder die raamovereenkomst opnieuw aan te besteden op basis van een openbare procedure. Naar het oordeel van de Commissie dient de wijziging van opdrachtnemer naar analogie van de regels die gelden in het geval van een Europese aanbestedingsprocedure zowel naar oud recht, dat gold ten tijde van de vervanging van Y door X, als naar huidig recht in beginsel als een wezenlijke wijziging van de opdracht te worden gekwalificeerd. Een dergelijke wijziging zou toelaatbaar kunnen zijn indien er in de overeenkomst een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausule is opgenomen die voldoet aan bepaald randvoorwaarden. In casu constateert de Commissie dat een dergelijke herzieningsclausule niet in de raamomvereenkomst is opgenomen, zodat de klacht gegrond wordt verklaard.

Advies 3224 maart 2016

Advies 322

> Beklaagde heeft na de schriftelijke uitnodiging voor een presentatie een telefonische mededeling over de inschrijving van klager gedaan die niet anders dan zeer negatief kan worden geduid. Beklaagde beschrijft die mededeling als volgt: ‘In dit gesprek is aangegeven dat het beoordelingsteam de kwaliteit van de inschrijving van klager zwaar onvoldoende vond en laag had beoordeeld en dat het aan klager wordt overgelaten te beoordelen of zij voor een verificatiepresentatie naar de locatie van beklaagde wilde komen’. Klager heeft op grond van die mededeling afgezien van het geven van een presentatie en is daardoor uitgesloten van gunning van de opdracht. Achteraf meent klager dat zij niet kansloos was en door het geven van een goede presentatie de aanbesteding nog had kunnen winnen. De Commissie is van oordeel dat beklaagde met haar telefonische mededelingen aan klager het beginsel van gelijke behandeling heeft geschonden. Het risico op ongelijke behandeling is reëel wanneer aan inschrijvers voorafgaand aan de presentatie mondeling mededelingen worden ge-daan over de resultaten van de beoordeling van hun inschrijvingen. Duidelijk is immers dat niet aan alle inschrijvers dezelfde mededelingen kunnen zijn gedaan als aan klager. Omdat niet controleerbaar is wat beklaagde heeft meegedeeld aan andere inschrijvers, heeft beklaagde het transparantiebeginsel geschonden. De klacht is derhalve gegrond. Ten overvloede overweegt de Commissie dat uit de aanbestedingsstukken blijkt dat doel van de presentatie was een verificatie van de inschrijving, zodat klager ten onrechte hoge verwachtingen heeft gekoesterd omtrent haar kansen om door middel van een goede presentatie haar scores te kunnen verbeteren.

Hulp nodig bij aanbestedingen?

TenderView.ai helpt u bij het vinden, analyseren en winnen van aanbestedingen met AI.

Gratis starten